Artikel 8.8

Artikel 8.8 Verhouding met andere wetten (bijlage)

De artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2 zijn niet van toepassing op informatie waarvoor een bepaling geldt die is opgenomen in de bijlage bij deze wet.

 

  •  Aanbestedingswet 2012: de artikelen 2:53, derde tweede lid, voor zover openbaarmaking van informatie schade zou toebrengen aan de gerechtvaardigde economische belangen van een onderneming, 2.57, eerste lid, voor zover het door de ondernemer als vertrouwelijk aangemerkte informatie betreft, 2.57, tweede lid, voor zover de informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen, 2.138, onderdelen b, c en d, en 2.163
  • Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied: de artikelen 2.36, derde lid, voor zover openbaarmaking van informatie schade zou toebrengen aan de gerechtvaardigde economische belangen van een onderneming, 2.41, eerste lid, voor zover het door de ondernemer als vertrouwelijk aangemerkte informatie betreft, 2.41, tweede lid, voor zover de informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen, 2.95, onderdelen b, c en d, en 2.127, onderdelen b, c en d,
  • Advocatenwet: de artikelen 8, 8a, 8b en 45a
  • Algemene wet bestuursrecht: de artikelen 3:11, 3:44, voor zover betrekking hebbend op de terinzagelegging van andere documenten dan beschikkingen, 8:79, voor zover bij het bestuursorgaan berustende documenten zijn opgesteld als processtuk, 9:36, vijfde lid, en 9:36a, voor zover de documenten berusten bij de ombudsman
  • Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 67
  • Arbeidsomstandighedenwet: de artikelen 7 en 26
  • Arbeidstijdenwet: artikel 8:4
  • Archiefwet 1995: de artikelen 14 tot en met 17
  • Bankwet 1998: artikel 20
  • Burgerlijk Wetboek: de artikelen 457 en 458 van Boek 7
  • Comptabiliteitswet 2016, hoofdstuk 7, paragraaf 5
  • Douane-en Accijnswet BES: artikel 2.156
  • Elektriciteitswet 1998: de artikelen 7 en 78
  • Gaswet: artikel 1h
  • Geneesmiddelenwet: artikel 100, zesde lid, voor zover recepten in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Gemeentewet: de artikelen 23, vierde en vijfde lid, 25, 55, 60, derde lid, 61c, 86 en 185, eerste en vijfde lid
  • Gerechtsdeurwaarderswet: artikel 1a
  • Gezondheidswet: artikel 39, eerste lid, onderdeel b, voor zover persoonsgegevens in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Handelsregisterwet 2007: de artikelen 21 22, 23 en 28
  • Implementatiewet EG-richtlijn infrastructuur ruimtelijke informatie: de artikelen 10, vierde lid, en 11
  • Instellingswet Autoriteit Consument en Markt: de artikelen 7, 12u, 12v en 12w
  • Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht: artikel 13
  • Invorderingswet 1990: artikel 67
  • Jeugdwet: artikel 9.2, derde lid, voor zover persoonsgegevens in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Kadasterwet: hoofdstuk 7
  • Kernenergiewet: artikel 68
  • Kieswet: de artikelen I 3, I 17, I 19, M 8, N 12, O 4, O 5, P 23, P 25, S 15, U 16, U 18 en Y 17a
  • Participatiewet: artikel 65
  • Pensioenwet: de artikelen 164, 185, 191 en 203 tot en met 208
  • Pensioenwet BES: artikel 28
  • Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals deze luidde op 31 december 2006: artikel 20a
  • Provinciewet: de artikelen 23, vierde en vijfde lid, 25, 55, 60, derde lid, 61c, 91 en 186, vijfde lid
  • Registratiewet 1970: artikel 10
  • Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid: artikel 59, vijfde lid, voor zover de documenten bij de Onderzoeksraad berusten, door de Onderzoeksraad aan een ander bestuursorgaan zijn verstrekt, dan wel door een ander bestuursorgaan zijn opgesteld ten behoeve van een door de Onderzoeksraad ingesteld onderzoek
  • Sanctiewet 1977: de artikelen 10g en 10h
  • Telecommunicatiewet: artikel 11a.2, derde lid
  • TNO-wet: artikel 36
  • Waterschapswet: de artikelen 37 en 43
  • Wegenverkeerswet 1994: artikel 43
  • Wet algemene bepalingen burgerservicenummer: de artikelen 9 en 11, eerste lid, en paragraaf 4.2
  • Wet basisregistratie adressen en gebouwen: artikel 32
  • Wet basisregistratie grootschalige topografie: artikel 22
  • Wet basisregistratie ondergrond: artikel 24
  • Wet basisregistratie personen: de artikelen 2.54, 2.55, 2.81, eerste en derde lid, hoofdstuk 3 en paragraaf 4.2.1
  • Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, zoals deze luidde op 31 december 2005: artikel 18b
  • Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur: de artikelen 20 en 28, tweede lid
  • Wet controle op rechtspersonen: paragraaf 4
  • Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting: artikel 10, tweede lid, voor zover gegevens in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet educatie en beroepsonderwijs: artikel 7.2.10, zesde lid
  • Wet financiële betrekkingen buitenland 1994: artikel 8
  • Wet financiële markten BES: de artikelen 1:20 en 1:21
  • Wet financiering politieke partijen: artikel 25, vierde, vijfde en zesde lid
  • Wet handhaving consumentenbescherming: artikel 2.24, voor zover de documenten berusten bij de Autoriteit Consument en Markt
  • Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens: de titels 2 tot en met 3b
  • Wet kinderopvang: artikel 1.57d
  • Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg:
    de artikelen 9, zevende lid, en 23, voor zover de zorginstelling werkzaam is onder de verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan
    2. de artikelen 24, vierde lid, en 25, derde lid, voor zover gegevens of dossiers in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet langdurige zorg: artikel 10.4.1, tweede lid, voor zover dossiers in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet luchtvaart: de artikelen 7.1 en 10.19
  • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: de artikelen 4.3.1, tweede lid, en 6.1, derde lid, voor zover persoonsgegevens in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet melding collectief ontslag: artikel 8
  • Wet melding ongebruikelijke transacties, zoals deze luidde op 31 juli 2008: artikel 18
  • Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg: artikel 87, tweede lid, voor zover persoonsgegevens in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder zijn verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek: artikel 3a
  • Wet op de parlementaire enquête 2008: hoofdstuk 8, voor zover de documenten berusten bij de commissie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van die wet of, met ingang van de dag waarop de enquête is beëindigd, berusten bij de Eerste Kamer, Tweede Kamer of de verenigde vergadering der Staten-Generaal
  • Wet op het Centraal bureau voor de statistiek: de artikelen 37 en 39 tot en met 42a
  • Wet op het financieel toezicht: artikel 1:42 en afdeling 1.5.1
  • Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek: artikel 1.25
  • Wet op het notarisambt: artikel 5
  • Wet op het onderwijstoezicht: de artikelen 6, vierde, zesde en zevende lid, 24b, 24d tot en met 24f, 24h, 24k, 24k1, 24k2, 24k5, 24m, 24p, 24q, 24t en 24u
  • Wet op het voortgezet onderwijs: artikel 10b4, zevende lid
  • Wet open overheid: de artikelen 3.3, vijfde lid, onderdelen a en b, 4.2, derde lid en, 5.4a,
  • Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie: de artikelen 17e en 17f
  • Wet personenvervoer 2000: artikel 46, derde lid
  • Wet politiegegevens: de artikelen 3, derde lid, en 7
  • Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen: de artikelen 74 en 75
  • Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme: de artikelen 22 en 23
  • Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme BES: artikel 1.5
  • Wet toezicht accountantsorganisaties: artikel 43 en de hoofdstukken 5a, 5b en 5c
  • Wet toezicht effectenverkeer 1995: de artikelen 31, 40 en 48a
  • Wet toezicht financiële verslaggeving: de artikelen 2, 3 en 20
  • Wet toezicht trustkantoren 2018: hoofdstuk 7
  • Wet tuchtrechtspraak accountants: de artikelen 21e en 29a
  • Wet veiligheidsregio’s: artikel 49
  • Wet verplichte beroepspensioenregeling: de artikelen 159, 180 en 197 tot en met 202
  • Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000: artikel 17, tweede lid, juncto artikel 204 van de Pensioenwet
  • Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: artikel 13.1, derde lid, voor zover het dossier in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder is verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten: artikel 60, derde lid, voor zover het dossier in afwijking van artikel 5:20, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan een aangewezen toezichthouder is verstrekt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
  • Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 29, voor zover bij het bestuursorgaan berustende documenten zijn opgesteld als processtuk
  • Wetboek van Strafvordering: de artikelen 30, 257h, tweede lid, 365, vierde en vijfde lid, en 415 juncto 365, vierde en vijfde lid
  • Zorgverzekeringswet: artikel 93

Bijlage bij artikel 8.8 van de Wet open overheid
De artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vierde lid, en 5.2 van de Wet open overheid zijn niet van toepassing voor zover de volgende bepalingen gelden.

• Aanbestedingswet 2012: de artikelen 2:53, tweede lid, voor zover openbaarmaking van informatie schade zou toebrengen aan de gerechtvaardigde economische belangen van een onderneming, 2.57, eerste lid, voor zover het door de ondernemer als vertrouwelijk aangemerkte informatie betreft, 2.57, tweede lid, voor zover de informatie kan worden gebruikt om de mededinging te vervalsen, 2.138, onderdelen b, c en d, en 2.163,
• Algemene wet bestuursrecht: de artikelen 3:11 en 9:36a
• Algemene wet inzake rijksbelastingen: artikel 67
• Arbeidsomstandighedenwet: artikel 7
• Archiefwet 1995: de artikelen 14 tot en met 17 Gemeentewet: de artikelen 23, vierde en vijfde lid, 25, 55, 60, derde lid, 61c, 86 en 185, vijfde lid
• Bankwet 1998: artikel 20
• Comptabiliteitswet 2001: artikel 91a
• Implementatiewet EG-richtlijn infrastructuur ruimtelijke informatie: de artikelen 10, vierde lid, en 11
• Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht: artikel 13
• Invorderingswet 1990: artikel 67
• Gezondheidswet: artikel 39, eerste lid, onderdeel b, voor zover gegevens aan het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn verstrekt over een patiënt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
• Kieswet: de artikelen I 3 en I 17, gedurende de termijn die aanvangt met de terinzagelegging van de kandidatenlijsten en eindigt met de dag na de dag waarop omtrent de toelating van de gekozen leden is beslist.
• Kwaliteitswet zorginstellingen: artikel 7, derde lid, voor zover gegevens aan het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn verstrekt over een patiënt, ter zake waarvan de betrokken beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
• Pensioenwet: de artikelen 164 en 203 tot en met 208
• Pensioenwet BES: artikel 28
• Pensioen- en spaarfondsenwet, zoals deze luidde op 31 december 2006: artikel 20a
• Provinciewet: de artikelen 23, vierde en vijfde lid, 25, 55, 60, derde lid, 61c, 91 en 186, vijfde lid
• Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid: artikel 59, vijfde lid van de, voor zover de documenten berusten bij de Onderzoeksraad
• Sanctiewet 1977: de artikelen 10g en 10h
• Waterschapswet: de artikelen 37 en 43
• Wet basisregistraties adressen en gebouwen: artikel 32, tweede lid
• Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling, zoals deze luidde op 31 december 2005: artikel 18b
• Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur: de artikelen 20 en 28, tweede lid
• Wet controle op rechtspersonen: paragraaf 4
• Wet financiële betrekkingen buitenland 1994: artikel 8
• Wet financiële markten BES: de artikelen 1:20 en 1:21
• Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden: artikel 70
• Wet handhaving consumentenbescherming: artikel 2.24, voor zover de documenten berusten bij de Autoriteit Consument en Markt
• Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, de artikelen 39e, 39f, 39i, 42 en 52, uitgezonderd bij het geven van voorlichting
• Wet melding ongebruikelijke transacties, zoals deze luidde op 31 juli 2008: artikel 18
• Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg: artikel 87, tweede lid, voor zover gegevens aan het Staatstoezicht op de volksgezondheid zijn verstrekt over een patiënt, ter zake waarvan de betrokken
beroepsbeoefenaar uit hoofde van zijn beroep tot geheimhouding verplicht is
• Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002: paragraaf 3.3, hoofdstuk 4 en artikel 81
• Wet op de jeugdzorg: de artikelen 50 en 51
• Wet op de parlementaire enquête 2008: hoofdstuk 8, voor zover de documenten berusten bij de commissie, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van die wet of, met ingang van de dag waarop de enquête is beëindigd, berusten bij de Eerste Kamer, Tweede Kamer of de verenigde vergadering der Staten-Generaal;
• Wet op het Centraal bureau voor de statistiek: de artikelen 37 en 39 tot en met 42a
• Wet op het financieel toezicht: de artikelen 1:42 en afdeling 1.5.1
• Wet open overheid: artikel 7.4, voor zover de documenten berusten bij de Informatiecommissaris
• Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie: de artikelen 17e en 17f
• Wet politiegegevens: de artikelen 3, derde lid, en 7
• Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme: de artikelen 22 en 23
• Wet toezicht accountantsorganisaties: artikel 43 en de hoofdstukken 5a en 5b
• Wet toezicht effectenverkeer 1995: de artikelen 31, 40 en 48a
• Wet toezicht financiële verslaggeving: de artikelen 2, 3 en 20
• Wet toezicht trustkantoren: de artikelen 12 en 13
• Wet veiligheidsregio’s: artikel 49
• Wet verplichte beroepspensioenregeling: de artikelen 159 en 197 tot en met 202
• Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000: artikel 17, tweede lid, juncto artikel 204 van de Pensioenwet
• Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: artikel 28, tenzij aan de uitspraak gehechte stukken of andere tot het procesdossier behorende stukken door een bestuursorgaan zijn opgesteld
• Wetboek van Strafvordering: de artikelen 257h, tweede lid, 365, vierde en vijfde lid, en 415 juncto 365, vierde en vijfde lid
• Zorgverzekeringswet: artikel 93

Naast de hierboven al toegelichte wijzigingen van de bijlage, wordt de bijlage nog op enkele punten aangepast. In de bijlage vervalt de zinsnede met betrekking tot de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, omdat artikel 70 van die wet per 21 november 2013 is vervallen. Een aantal wetten wordt toegevoegd.
– Gemeentewet: deze wet is eerder abusievelijk uit de bijlage weggevallen. Het betreft hier de artikelen die overeenkomen met de artikelen uit de Provinciewet die in de bijlage zijn opgenomen.
– Handelsregisterwet 2007: de artikelen 21 22, 23 en 28, waarvoor geldt dat de informatie op zich openbaar is en nadere openbaarmaking overbodig is, maar waarbij die informatie tegen betaling bij de Kamer van Koophandel verkrijgbaar is en het niet de bedoeling is die informatie elders om niet of een lager tarief te verkrijgen. De in het Handelsregister opgenomen informatie die op grond van de genoemde artikelen niet wordt versterkt (het burgerservicenummer) kan door opname van deze artikelen evenmin op grond van de Woo worden opgevraagd.
– Wegenverkeerswet 1994: artikel 43, waarin is bepaald dat gevoelige gegevens beperkt kunnen worden verstrekt aan overheidsorganen, buitenlandse autoriteiten en bij algemene maatregel van bestuur aangewezen persoenen en instanties en niet-gevoelige gegevens uitsluitend tegen betaling.
– Kadasterwet: hoofdstuk 7, waarvoor net als bij het Handelsregister geldt dat de informatie op zich openbaar is en nadere openbaarmaking overbodig is, maar waarbij die informatie tegen betaling verkrijgbaar is en het niet de bedoeling is die informatie elders om niet of een lager tarief te verkrijgen.
– Kernenergiewet: artikel 68, waarin is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld over de verzekering van de geheimhouding van gegevens, hulpmiddelen, materialen en werkmethoden. Deze regeling heeft een uitputtend karakter, zodat opname in de bijlage noodzakelijk is.
– De Wet algemene bepalingen burgerservicenummer (in de artikelen 9 en 11, eerste lid, en paragraaf 4.2) en de Wet basisregistratie personen (in de artikelen 2.54, 2.55, 2.81, eerste en derde lid, hoofdstuk 3 en paragraaf 4.2.1) bevatten uitputtende regels over de verstrekking van persoonsgegevens, te weten het BSN-nummer en de in de basisregistratie personen (en haar voorgangers) opgenomen persoonsgegevens. Het BSN-nummer of de in de BRP opgenomen gegevens kunnen niet met behulp van een verzoek op grond van de Woo aanvullend worden verstrekt.
– Wet luchtvaart: de artikelen 7.2 en 10.19. In artikel 7.2 is bepaald dat gegevens betreffende de melding van een voorval (een operationele onderbreking, defect, fout of andere onregelmatigheid, waardoor de vliegveiligheid wordt of kan worden beïnvloed, zonder dat sprake is van een ongeval of ernstig incident) niet openbaar zijn.
In artikel 10.19 is bepaald dat bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gegevens inzake militaire vliegvelden over de geluidsbelasting, het externe-veiligheidsrisico en de lokale luchtverontreiniging niet openbaar zijn. In de parlementaire behandeling is deze bepaling aangewezen als een lex specialis ten opzichte van de Wob (Kamerstukken II, 30 452, nr. 3, p. 103).

De nieuwe bepalingen over de Rekenkamer in de Comptabiliteitswet 2001 worden opgenomen op de bijlage bij artikel 8.8 van de Woo. Hieruit volgt dat de bij de Rekenkamer berustende documenten niet onder de Woo vallen, voor zover deze bij de Rekenkamer berusten. Een bestuursorgaan bij wie een verzoek om informatie wordt gedaan kan zich echter niet beroepen op het feit dat die informatie ook bij de Rekenkamer berust. Uit oogpunt van uniformiteit is een vergelijkbare zinsnede toegevoegd aan de bijlage inzake de in de Awb opgenomen uitzonderingsbepalingen voor de Nationale ombudsman en andere ombudsmannen. Tevens wordt een typefout hersteld in het onderdeel betreffende de Aanbestedingswet en worden twee wetten toegevoegd, te weten een eerder over het hoofd geziene bijzondere bepaling uit de Wet tuchtrechtspraak accountants en twee artikelen over de behandelovereenkomst uit het Burgerlijk Wetboek die op 17 juni 2015 door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn aangemerkt als een uitputtende regeling die voorgaat op de Wob.

Verhouding tot bijzondere wettelijke openbaarmakingsregimes

De Woo is van toepassing tenzij een bij bijzondere wet vastgelegd apart regime van toepassing is. Dit is vastgelegd in artikel 8.8 Woo en de bijlage bij dat artikel. De bijlage bij artikel 8.8 bepaalt dat de in die bijlage genoemde bepalingen voorgaan op de artikelen 3.1, 3.3, 4.1, 5.1, eerste, tweede en vijfde lid, en 5.2. Uit artikel 8.8 vloeit niet (a contrario) voort dat de overige artikelen uit de Woo telkens (onverkort) van toepassing zijn op de bijzondere wetten die in de bijlage zijn genoemd. Maar als artikel 4.1 over het indienen van een verzoek om informatie niet van toepassing is, kom je aan bijvoorbeeld de toepassing van artikel 4.4 over de beslistermijn simpelweg niet toe. Artikel 5.5 (betreffende het verzoek om gegevens over de verzoeker) is niet in deze opsomming opgenomen, omdat dat artikel een eigen afbakeningsregime kent (zie ook de toelichting bij artikel 5.5). De artikelen 5.6 (betreffende informatie wegens klemmende redenen) en 5.7 (toegang ten behoeve van onderzoek) zijn kan-bepalingen en hoeven daarom niet uitgezonderd te worden. Ongetwijfeld staan sommige van de in de bijlage opgenomen artikelen in de weg aan toepassing van de artikelen 5.6 en 5.7.

Dat roept de vraag op of een bijzonder regime ook voorrang kan hebben op de Woo als het niet in de bijlage is opgenomen. De situatie kan zich voordoen dat na inwerkingtreding van de Woo een rechter tot de conclusie komt dat een niet in de bijlage opgenomen regeling die eerder dan de Woo in werking is getreden uitputtend is bedoeld. In dat geval geldt, evenals onder de Wob, de bedoeling van de wetgever. Bij nieuwe in wetten vast te leggen uitzonderingen, zou naar het oordeel van de initiatiefnemers uit het oogpunt van uniformiteit in beginsel moeten worden gekozen voor wijziging van de bijlage bij de Woo. De initiatiefnemers kunnen zich voorstellen dat hierover een aanwijzing wordt opgenomen in de Aanwijzingen voor de regelgeving, zoals dat in aanwijzing 5.49 is gebeurd voor de bijlagen bij de Awb. Maar ook hier geldt dat de bedoeling van de wetgever (een uitputtend bedoeld openbaarheidsregime) zwaarder weegt dan de vormgeving ervan. De initiatiefnemers gaan ervan uit dat de wetgever bij gelegenheid nieuwe uit jurisprudentie volgende uitzonderingen toevoegt aan de bijlage.

 

Beoogd is om in de bijlage een volledige lijst op te nemen van de wetten waarin een van de huidige Wob afwijkend openbaarheidsregime is opgenomen. Opgenomen zijn alle artikelen uit wetten waarvan uit wetsgeschiedenis of jurisprudentie blijkt dat deze artikelen een van de Wob afwijkende regeling bevatten. Tevens is toegevoegd een aantal wetten dat thans is uitgezonderd op grond van artikel 1 van het Besluit bestuursorganen WNo en Wob, waarin de Wob buiten toepassing is verklaard voor een aantal taken van De Nederlandse Bank en de Autoriteit Financiële Markten.

Verhouding tot internationale voorschriften

In de memorie van toelichting bij de Wob wordt ingegaan op de verhouding van de Wob tot bij of krachtens gestelde internationale voorschriften: “Bijzondere openbaarheidsregelingen, internationale voorschriften, gesteld bij of krachtens verdragen die voor Nederland van kracht zijn kunnen eveneens voor de WOB gaan. Volkenrechtelijke verplichtingen voor de overheidsorganen hebben immers voorrang boven bepalingen van nationaal recht.”[1] Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak wijkt de Wob als algemene regeling voor internationale voorschriften gesteld bij of krachtens verdragen die voor Nederland van kracht zijn, indien deze een uitputtend karakter hebben.[2] Is dat het geval, dan is een beoordeling van een verzoek op grond van de Wob daar niet mee verenigbaar. De Woo vindt in een dergelijk geval geen toepassing, waardoor het bestuursorgaan ook niet meer toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het verzoek. De initiatiefnemers achten het van belang dat deze lijn wordt voortgezet voor de Woo.

Een verzoek op grond van de Wob of de Woo kan mede betrekking hebben op documenten die afkomstig zijn van EU-instellingen. Het Unierecht kent diverse openbaarmakingsregelingen. Daarbij valt in het bijzonder te denken aan de Eurowob, maar ook aan openbaarmakingsregelingen die bijvoorbeeld gelden voor specifieke instellingen. De beoordeling van een verzoek op grond van de Wob of de Woo dient plaats te vinden met inachtneming van deze voorschriften. Een voorbeeld betreft artikel 5 van het Besluit ECB/2004/3 van de Europese Centrale Bank, dat in het advies van de ECB van 4 september 2019 over de Woo[3] wordt aangehaald. Op grond van deze bepaling mogen documenten die afkomstig zijn van het Europees Monetair Instituut of van het Comité van presidenten, door nationale centrale banken (in Nederland is dit DNB) alleen openbaar worden gemaakt op voorwaarde van voorafgaande raadpleging van de ECB over de reikwijdte van de toegang, tenzij duidelijk is dat het document wel of niet openbaar moet worden gemaakt.[4] Toepassing van de Woo kan dan alleen geschieden met inachtneming van dit voorschrift. Concreet betekent dit dat DNB in geval van een verzoek om informatie dat betrekking heeft op een van deze documenten, eerst de ECB moet raadplegen alvorens zij het verzoek om informatie toe kan wijzen, tenzij duidelijk is dat het document wel of niet openbaar moet worden gemaakt.

Een vergelijkbaar voorbeeld betreft het eveneens door de ECB aangehaalde artikel 2 van het Besluit (EU) 2015/811 van de Europese Centrale Bank (ECB/2015/16). Dit artikel schrijft voor dat wanneer een nationale centrale bank een verzoek ontvangt inzake een ECB-document dat zij in haar bezit heeft, de nationale centrale bank de ECB raadpleegt over de reikwijdte van de te verlenen toegang, zulks voorafgaand aan een besluit betreffende openbaarmaking, tenzij het duidelijk is dat het document wel of niet openbaar moet worden gemaakt.[5]

[1] Kamerstukken II 1986/87, 19859, nr. 3, p. 19.

[2] Zie bijvoorbeeld: ABRvS 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2979.

[3] Kamerstukken II 2019/20, 35112, nr. 6.

[4] Op grond van dit artikel kan DNB er tevens voor kiezen om het verzoek door te geleiden aan de ECB.

[5] Ook op grond van dit artikel kan DNB er tevens voor kiezen om het verzoek door te geleiden aan de ECB.