Artikel 2.1

Artikel 2.1 Begripsbepalingen

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

document: een door een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, opgemaakt of ontvangen schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens dat naar zijn aard verband houdt met de publieke taak van dat orgaan, die persoon of dat college;

milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer;

Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

publieke informatie: informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, of informatie die krachtens artikel 2.3 door een bestuursorgaan kan worden gevorderd.

 

Meer hierover, zie Wet open overheid. Toegelicht door de wetgever, besproken door C.N. van der Sluis

De definitiebepaling van artikel 2.1 bevat aanzienlijk minder begrippen dan artikel 1 van de Wob. Soms komt dat omdat ervoor gekozen is een begrip te definiëren in de bepalingen zelf (zie het begrip “persoonlijke beleidsopvatting” in artikel 5.2, eerste lid). In een ander geval volgt dit uit een fundamentele wijziging die de Woo inzet.

Geen ‘bestuurlijke aangelegenheid’, wel ‘publieke informatie’

Zo’n fundamentele wijziging is het loslaten van een begrip zoals “bestuurlijke aangelegenheid”. Reden hiervan is dat dit aspect geen onderscheidend element zou zijn vanwege de jurisprudentie. Hoewel dat formeel gezien juist is door de ontwikkeling van de jurisprudentie, vormt dit begrip wel een belangrijk gegeven voor de duiding van wat precies wordt gevraagd. Bovendien legt het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’ en de in de jurisprudentie gegeven ruime uitleg daarvan een duidelijke link met het oogmerk van de Wob (en ook de Woo): gelegenheid geven om de overheid te kunnen controleren. Het begrip ‘publieke informatie’ doet dat niet, nu het enkel beschrijft dat het gaat om informatie neergelegd in documenten die bij de onder de Woo vallende entiteiten berust of kan worden opgevorderd (zie artikel 2.2 en artikel 2.3). Het gaat hier dus om informatie die berust bij alle bestuursorganen en bijvoorbeeld de Tweede Kamer, Raad voor de rechtspraak en Algemene Rekenkamer. Ook kan het gaan om informatie die bij een rechtspersoon berust die is aangewezen bij algemene maatregel van bestuur. Daarvoor komen bijvoorbeeld in aanmerking rechtspersonen die voor meer dan € 100.000 bekostigd worden uit algemene middelen, een wettelijke taak uitoefenen, een publiek belang behartigen of een meerderheidsaandeelhouder hebben die een publiekrechtelijke rechtspersoon is. Hoewel niet expliciet geregeld, zal artikel 4.1, eerste lid – vergelijkbaar met de Wob – zo gelezen moeten worden dat het ook ziet op documenten die berusten bij de instelling, de dienst of het bedrijf zoals daar genoemd. Bepalend is dus de locatie van het document en niet meer de inhoud van het stuk. De initiatiefnemers kunnen overigens niet helemaal afscheid nemen van het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’. Bij de antimisbruikbepaling (artikel 4.6) krijgt het begrip immers nog een prominente plaats.
Evenals onder de Wob geldt als uitgangspunt de aangelegenheid (zoals afgebakend door het verzoek, eventueel na specificatie, zie artikel 4.1); de informatie moet worden verzameld aan de hand van die geïdentificeerde aangelegenheid. Daarbij moet het bovendien gaan om documenten die onder het bestuursorgaan en/of een onder verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf (behoren te) berusten. Evenals onder de Wob is het begrip “berusten” niet gespecificeerd, zodat het ervoor moet worden gehouden dat ook onder de Woo van belang is dat aanwezigheid, fysieke of daarmee gelijk te stellen, doorslaggevend is. Daaronder valt niet de situatie dat het bestuursorgaan een contractueel recht op informatie geldend moet maken alvorens die informatie openbaar te kunnen maken. Onder omstandigheden moet de informatie van elders worden gehaald.

Document

Het begrip “document” is wel gedefinieerd en met het wijzigingswetsvoorstel is aangesloten bij de Archiefwet 1995 en het daarbij gehanteerde begrip “archiefbescheiden”. Nieuw aan deze definitie is dat naast de schriftelijke aard wordt gesproken van een “ander geheel van vastgelegde gegevens”. Bij de Wob gaat het nog om “ander materiaal dat gegevens bevat”. Reden hiervoor is dat een elektronisch bestand niet uit een materiaal zou bestaan. Een probleem dat onder de Wob overigens niet als probleem werd ervaren; ook elektronische bestanden – zoals ook WhatsApp- of sms-berichten – werden zonder discussie aangemerkt als documenten. Het belang van het vragen om documenten, vertaalt zich in het gegeven dat ook onder de Woo het stellen van een vraag geen Woo-verzoek oplevert, zodat termijnen uit de Woo niet in acht genomen hoeven te worden en een reactie op het verzoek geen besluit oplevert waartegen rechtsmiddelen openstaan. Materieel achten de initiatiefnemers de definitie overigens gelijk aan de definitie van de Wob. Berichten op sociale media vallen er dus wel onder, de beperking is gelegen in de aansluiting bij de publieke taak (waaronder ook valt de aangelegenheid die randvoorwaardelijk is voor de uitoefening van de publieke taak, zoals inkoop of personeelsbeleid).

Milieu-informatie
De definitie van het begrip ‘milieu-informatie’ is nog altijd iets om rekening mee te houden, onder meer bij de weging van enkele uitzonderingsgronden (zie artikel 5.1, tweede lid, aanhef een onder b; artikel 5.1, vijfde lid; artikel 5.2, derde lid). Die definitie is nog altijd gekoppeld aan de Wet milieubeheer zodat de jurisprudentie die onder de Wob tot stand is gekomen nog relevant is. Slechts sprake is van ‘milieu-informatie’ voor zover de toestand van de menselijke gezondheid, cultureel waardevolle gebieden en bouwwerken en dergelijke (kunnen) worden aangetast door elementen van het milieu. Een band met het milieu moet er zijn. Te denken valt aan een bij een bestuursorgaan berustend onderzoeksrapport naar de invloed van luchtverontreiniging op de gezondheid van inwoners van een bepaald geïndustrialiseerd gebied. Ontbreekt een dergelijk (mogelijk) verband met het milieu, dan ligt het anders. Zo is informatie over de aantasting van monumenten door verlaging van het grondwaterpeil wel milieu-informatie, maar informatie over het aantal besluiten tot aanwijzing van monumenten in een bepaald jaar in beginsel niet. Dat geldt ook voor een Nota kostenverhaal, die beoogt inzicht te bieden in de stand van zaken van werkzaamheden op juridisch terrein samenhangend met bodemverontreiniging. Ook zijn vergunningen met betrekking tot in gevangenschap gefokte dieren geen milieu-informatie, vanwege het feit dat het geen informatie over de biologische diversiteit betreft. Dat geldt evenzeer voor een subsidieaanvraag voor een windmolenpark. Wel milieu-informatie daarentegen is een kaart van een zoekgebied voor UMTS- en GSM-masten, nu de straling van invloed is op elementen van het milieu.

Artikel 2.1 Begripsbepalingen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. overheidsorgaan:
1°. een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of
2°. een ander persoon of college, met enig openbaar gezag bekleed.
b. publieke informatie: informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, of informatie die krachtens artikel 2.3 door een bestuursorgaan kan worden gevorderd;
c. document: een bij een orgaan, persoon of college als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, berustend schriftelijk stuk of ander geheel van vastgelegde gegevens;
d. register: het register, bedoeld in artikel 3.2 van deze wet;
e. Onze Minister: Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
f. hergebruik: het gebruik van publieke informatie die openbaar is en die is neergelegd in documenten berustend bij een overheidsorgaan, voor andere doeleinden dan het oorspronkelijke doel binnen de publieke taak waarvoor de informatie is geproduceerd;
g. Informatiecommissaris: de als zodanig aangewezen substituut-ombudsman bedoeld in artikel 9, eerste lid van de Wet Nationale ombudsman; h. milieu-informatie: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 19.1a van de Wet milieubeheer.

4.1 Overgenomen onderdelen uit de huidige Wob en het Voorontwerp

Ook de definities uit de huidige Wob over wat een document is en wanneer een document bij een bestuursorgaan wordt geacht te berusten, worden hier grotendeels overgenomen. Het begrip «berusten bij» is tot op heden voldoende flexibel gebleken om ook met moderne vormen van opslag van informatie om te gaan. Van belang is dat wanneer een orgaan feitelijke toegang of beschikking heeft over een document, deze wordt geacht bij dat orgaan te berusten. Een poging om hier de laatste ontwikkelingen van de rechtspraak vast te leggen, zou juist bij nieuwe ontwikkelingen, die niet voorzien kunnen worden, voor problemen kunnen zorgen.

In de huidige Wob is bepaald dat een verzoek om informatie wordt ingewilligd tenzij sprake is van een uitzonderingsgrond of beperking. Dit geeft uiting aan het principe dat informatie openbaar is, tenzij een bepaald belang zich daartegen verzet. Informatie kan vervolgens op verschillende manieren daadwerkelijk openbaar worden gemaakt.

(…)

Dit voorstel geeft net als de huidige Wob een brede definitie van het begrip document. Dit heeft tot doel dat alle informatie die op enigerlei wijze is vastgelegd en berust bij een orgaan onder dit voorstel valt.

(…)

De begripsbepaling voor overheidsorgaan staat ook al in de huidige Wob en komt overeen met de definitie van het begrip bestuursorgaan in het eerste lid van artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht zonder de uitzonderingen in de overige leden.

«Publieke informatie» is de aanduiding voor informatie die berust bij een orgaan waarop de wet van toepassing is. Alle bij een orgaan berustende informatie is publieke informatie, tenzij het privaatrechtelijke rechtspersonen zijn die met openbaar gezag zijn bekleed. In die gevallen is de wet slechts van toepassing op de informatie die betrekking heeft op de uitoefening van dat publiek gezag. Dit volgt uit de toelichting bij artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, waar voor «b-organen» wordt opgemerkt dat zij slechts bestuursorgaan zijn voor zover zij openbaar gezag uitoefenen. Tot publieke informatie wordt tevens gerekend de informatie die door de op grond van artikel 2.3 aan te wijzen bestuursorganen kan worden gevorderd bij onderdelen van de semipublieke sector.

Het begrip «document» komt overeen met de begripsbepaling in de huidige Wob, met dien verstande dat de term «ander materiaal» is vervangen door «ander geheel van vastgelegde gegevens», omdat een elektronisch bestand niet uit een materiaal bestaat. Onder «ander geheel van vastgelegde gegevens» valt niet alleen een elektronisch bestand, maar ook een analoge foto of film of een andere niet-digitale verzameling gegevens die niet als schriftelijk kan worden aangemerkt.

Het «register» in onderdeel e en de «Informatiecommissaris» in onderdeel h zijn twee nieuwe begrippen die beide verwijzen naar het artikel waarin hun bestaan wordt geregeld.

De begrippen «hergebruik» en milieu-informatie komen overeen met de begripsbepaling in de huidige Wob.

De leden van de fractie van de PvdA vroegen in hoeverre de initiatiefnemers meer openbaar willen maken dan de in dat verdrag genoemde officiële documenten.
De initiatiefnemers zijn van oordeel dat het wetsvoorstel op dit punt niet ruimer is dan het verdrag van Tromsø. Het verdrag definieert «officiële documenten» zeer breed, zo blijkt uit de toelichting bij het Verdrag. Het gaat daarbij om alle informatie die door publieke autoriteiten (public authorities) is opgesteld of ontvangen en vastgelegd op welk fysiek middel dan ook, inclusief informatie opgeslagen in elektronische databases. Feitelijk komt dit op hetzelfde neer als de definitie van publieke informatie en documenten in artikel 2.1 van de Wet open overheid.

In artikel 2.1 is de definitie van overheidsorgaan geschrapt. Toegevoegd zijn definities van de begrippen archief, bibliotheek, met een publieke taak belaste instelling, museum en richtlijn. De definitie van hergebruik is aangepast. Toegevoegd is het aan de definitie van artikel 2, vierde lid, van de Hergebruikrichtlijn ontleende element dat de uitwisseling van informatie tussen bestuursorganen geen hergebruik is. Het element dat de informatie openbaar moet zijn, is geschrapt en als voorwaarde toegevoegd aan artikel 6.1, eerste lid, onderdelen b en c. Aangezien de Hergebruikrichtlijn een bredere reikwijdte heeft dat de Woo (of de Wob) is de term «publieke informatie» vervangen door «informatie», nu de informatie bij sommige met een publieke taak belaste instellingen niet aangemerkt kan worden als publieke informatie in de zin van dit wetsvoorstel.
Uit de definities voor archieven, musea en bibliotheken volgt dat sprake moet zijn van een «openbaar lichaam» in de zin van artikel 2 van de Hergebruikrichtlijn. Voor archieven zijn dat de archiefbewaarplaatsen van de Archiefwet 1995, die allen overheidsorgaan zijn. De definitie van bibliotheken is afgeleid van de definitie in het wetsvoorstel voor een Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (33 846), dat thans bij de Eerste Kamer aanhangig is. De in deze definitie van bibliotheek genoemde instellingen zijn eveneens allen «openbaar lichaam» in de zin van artikel 2 van de Hergebruikrichtlijn. Aangenomen mag worden dat de meeste gemeentelijke openbare bibliotheken uitsluitend werken in hun collectie hebben, waarvan het auteursrecht bij derden berust. Op die werken zijn de regels over hergebruik op grond van artikel 6.1 niet van toepassing. In de definitie van museum is het onderdeel «met een publieke taak belaste instelling» opgenomen, omdat er talloze musea zijn in Nederland die zonder of met slechts een geringe overheidsbijdrage in stand worden gehouden. In dat geval voldoet een dergelijk museum niet aan de definitie van publiekrechtelijke instelling van de Hergebruikrichtlijn. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de definities in dit artikel alfabetisch te rangschikken.

Naar aanleiding van de impactanalyse wordt de definitie van document aangepast om het toepassingsbereik van de Woo en de Archiefwet 1995 (hierna: de Archiefwet) beter op elkaar af te stemmen. De definitie is daartoe in lijn gebracht met de definitie van ‘archiefbescheiden’ in artikel 1, onderdeel c, onder 1o, van de Archiefwet. Er is een wijziging van de Archiefwet in voorbereiding, waarbij onder meer het voornemen bestaat om de definitie van ‘archiefbescheiden’ aan te passen en te verduidelijken. Thans wordt in de Archiefwet het begrip archiefbescheiden in artikel 1, onderdeel c, onder 1o, gedefinieerd als ‘bescheiden, ongeacht hun vorm, door overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten’. Het voornemen is om bij een wijziging van de Archiefwet het element ‘naar hun aard bestemd daaronder te berusten’ te vervangen door de omschrijving, dat de bescheiden ‘naar hun aard verband houden met de publieke taak van het overheidsorgaan’, omdat deze omschrijving concreter is. In de definitie van document in onderdeel C is hierbij aansluiting gezocht.

De zinsnede dat documenten ‘naar hun aard verband houden met de publieke taak van het overheidsorgaan’ moet breed worden uitgelegd. Het gaat hier niet alleen om de documenten die direct gerelateerd zijn aan het uitoefenen van publiek gezag of andere bestuurstaken, maar ook om documenten die gerelateerd zijn aan aangelegenheden die voor de uitoefening van die publieke taak randvoorwaardelijk zijn, zoals bedrijfsvoering of organisatie (men denke bijvoorbeeld aan documenten met betrekking tot inkoop of personeelsbeleid).

Materieel is de definitie van het begrip ‘document’ gelijk aan die van de Wob. Dat betekent dat bijvoorbeeld WhatsApp-berichten en andere berichten op sociale media documenten kunnen zijn in de zin van de Wob en de Woo, en archiefbescheiden in de zin van de Archiefwet. De initiatiefnemers stellen vast dat de opmerkingen in de impactanalyse over de uitvoeringslasten verbonden aan documenten op sociale media in gelijke mate opgaan voor de Wob en dus niet aan de Woo kunnen worden toegerekend. Eventuele uitvoeringsproblemen van de Woo of de Archiefwet op dit punt kunnen worden ondervangen met interne richtlijnen over de gevallen waarin de communicatie via dergelijke kanalen kan verlopen (in principe niet) en het organiseren van de bewaring van dergelijke communicatie, in de gevallen waarin ervoor wordt gekozen die communicatiemiddelen toe te passen.

De voorgestelde toevoeging van ‘verband houden met de publieke taak’ brengt ten opzichte van de huidige definitie van de Woo wel een aan de inhoud gerelateerde beperking aan. Met deze beperking wordt tevens tegemoet gekomen aan de vrees dat in de Woo ten onrechte geen aansluiting was gezocht bij het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’ uit de Wob. Dat laatste begrip heeft gelet op de jurisprudentie zijn betekenis verloren, omdat het door de rechter zeer ruim wordt uitgelegd. Naar het oordeel van de indieners dienen alle documenten die betrekking hebben op overheidshandelen in beginsel openbaar te zijn, niet alleen documenten betreffende beleid maar ook documenten betreffende bijvoorbeeld de bedrijfsvoering.

Vanzelfsprekend is de Woo niet meer van toepassing op documenten die conform de Archiefwet zijn vernietigd. Ook is de Woo niet van toepassing op documenten die volgens de regels van de Archiefwet naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht. In dat geval geldt namelijk het openbaarheidsregime zoals dat in de Archiefwet is opgenomen.

De definitie van hergebruik kan vervallen, omdat het aanvankelijk voorziene hoofdstuk 6 van de Woo over hergebruik inmiddels is geschrapt wegens de inwerkingtreding van de Wet hergebruik overheidsinformatie. De definitie van register kan eveneens vervallen, nu in deze wijzigingswet wordt voorgesteld het register niet langer in de Woo te handhaven.

Document

De zinsnede dat een document ‘naar zijn aard verband houdt met de publieke taak’ moet breed worden uitgelegd. Het gaat hier niet alleen om de documenten die direct gerelateerd zijn aan het uitoefenen van publiek gezag of andere bestuurstaken, maar ook om documenten die gerelateerd zijn aan aangelegenheden die voor de uitoefening van die publieke taak randvoorwaardelijk zijn, zoals bedrijfsvoering of organisatie (men denke bijvoorbeeld aan documenten met betrekking tot inkoop of personeelsbeleid). Deze zinsnede kan tevens worden gezien als een vervanging van het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’ uit de Wob. Dat laatste begrip heeft gelet op de jurisprudentie zijn betekenis verloren, omdat het door de rechter zeer ruim wordt uitgelegd. Naar het oordeel van de initiatiefnemers dienen alle documenten die betrekking hebben op overheidshandelen in beginsel openbaar te zijn, niet alleen documenten betreffende beleid maar ook documenten betreffende bijvoorbeeld de bedrijfsvoering.

Materieel is de definitie van het begrip ‘document’ gelijk aan die van de Wob. Dit betekent bijvoorbeeld dat ook filmopnamen, opnamen van telefoongesprekken en e-mailberichten onder het begrip kunnen vallen. Het betekent tevens dat bijvoorbeeld sms- en WhatsApp-berichten en andere berichten op sociale media documenten kunnen zijn in de zin van de Wob en de Woo, en archiefbescheiden in de zin van de Archiefwet 1995. Zo stond het al in de nota naar aanleiding van het verslag van de Woo[1] en is voor de Wob nog bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.[2] In genoemde nota naar aanleiding van het verslag werd al aangegeven dat in de meeste gevallen geen aanleiding zal bestaan om een dergelijk bericht te bewaren en dat de initiatiefnemers daartoe ook geen structurele noodzaak zien. De Afdeling bestuursrechtspraak gaf aan het slot van haar uitspraak al aan dat deze uitspraak niet betekent dat alle sms- en WhatsApp-berichten nu openbaar zijn. De Afdeling bestuursrechtspraak wijst daarbij op het feit dat niet-zakelijke berichten niet onder de Wob vallen, de uitzonderingsgronden van toepassing zijn en dergelijke berichten snel als persoonlijke beleidsopvatting zijn aan te merken. De Afdeling heeft al eerder uitgesproken dat niet alle elektronische berichten hoeven  te worden bewaard.[3] De Woo brengt in dit alles geen verandering. Eventuele uit de uitspraak voortvloeiende uitvoeringslasten op dit punt kunnen worden ondervangen met interne (gedrags)richtlijnen voor verantwoord gebruik van dergelijke communicatiemiddelen, waarin bijvoorbeeld wordt bepaald in welke gevallen sms- en WhatsApp-berichten worden geplaatst in door het bestuursorgaan beheerde informatiesystemen, en in welke gevallen de overige berichten door de medewerkers worden vernietigd. Een dergelijk beleid zou aansluiten bij de doelstellingen van de Archiefwet 1995. Bij een verzoek om informatie als bedoeld in hoofdstuk 4 Woo zullen de in de systemen van het bestuursorgaan overgebrachte sms- en WhatsApp-berichten worden betrokken. Als de reeds overgebrachte berichten dan wel andere concrete aanwijzingen daartoe aanleiding geven, zal het bestuursorgaan aan betrokkenen vragen eventuele ontbrekende berichten alsnog in de systemen te plaatsen.[4] Hoewel uit vaste jurisprudentie volgt dat van een document per alinea moet worden beoordeeld of een uitzonderingsgrond aan de orde is, en “in beginsel per document of onderdeel daarvan moet worden gemotiveerd dat aan de belangen die zich tegen openbaarmaking verzetten doorslaggevend gewicht toekomt, (kan) daarvan onder omstandigheden worden afgezien als dat zou leiden tot herhalingen die geen redelijk doel dienen”.[5] Naar het oordeel van de initiatiefnemers zou bij een grote groep vergelijkbare sms- en WhatsApp-berichten die uitsluitend bestaan uit persoonlijke beleidsopvattingen of waarbij na onleesbaar maken van die opvattingen geen zinvolle informatie overblijft, sprake zijn van herhalingen die geen redelijk doel dienen, als de beoordeling van ieder sms- of WhatsApp-bericht individueel zou moeten worden gemotiveerd. De aldus geweigerde sms- en WhatsApp-berichten maken wel deel uit van het dossier en in voorkomende gevallen kan van ieder geweigerd sms- of WhatsApp-bericht door de bestuursrechter die weigering worden gecontroleerd.

De definitie van het begrip document is in lijn met de definitie van ‘archiefbescheiden’ in artikel 1, onderdeel c, onder 1o, van de Archiefwet 1995. Er is een wijziging van de Archiefwet 1995 in voorbereiding, waarbij onder meer het voornemen bestaat om de definitie van ‘archiefbescheiden’ aan te passen en te verduidelijken. Thans wordt in de Archiefwet 1995 het begrip archiefbescheiden in artikel 1, onderdeel c, onder 1o, gedefinieerd als ‘bescheiden, ongeacht hun vorm, door overheidsorganen ontvangen of opgemaakt en naar hun aard bestemd daaronder te berusten’. Het voornemen is om bij een wijziging van de Archiefwet 1995 het element ‘naar hun aard bestemd daaronder te berusten’ te vervangen door de omschrijving, dat de bescheiden ‘naar hun aard verband houden met de publieke taak van het overheidsorgaan’, omdat deze omschrijving concreter is. In de definitie van document in de Woo is hierbij aansluiting gezocht.

Vanzelfsprekend is de Woo niet meer van toepassing op documenten die conform de Archiefwet 1995 zijn vernietigd. Ook is de Woo niet van toepassing op documenten die volgens de regels van de Archiefwet 1995 naar een archiefbewaarplaats zijn overgebracht. In dat geval geldt namelijk het openbaarheidsregime zoals dat in de Archiefwet 1995 is opgenomen.

 

Milieu-informatie

Voor het begrip milieu-informatie wordt aangesloten bij de definitie uit de Wet milieubeheer. Dit komt overeen met de definitie van milieu-informatie in de Wob.

Publieke informatie

Publieke informatie is de aanduiding voor informatie neergelegd in documenten die berusten bij een orgaan, persoon of college waarop de Woo van toepassing is. Alle bij een orgaan, persoon of college berustende informatie is publieke informatie, tenzij het privaatrechtelijke rechtspersonen zijn die met openbaar gezag zijn bekleed. In die gevallen is de Woo slechts van toepassing op de informatie die betrekking heeft op de uitoefening van dat publiek gezag. Dit volgt uit de toelichting bij artikel 1:1, eerste lid, Awb, waar voor “b-organen” wordt opgemerkt dat zij slechts bestuursorgaan zijn voor zover zij openbaar gezag uitoefenen. Tot publieke informatie wordt tevens gerekend de informatie die door de op grond van artikel 2.3 Woo aan te wijzen bestuursorganen kan worden gevorderd bij onderdelen van de semipublieke sector.

[1] Kamerstukken II, 2013/14, 33328, nr. 12, p. 32.

[2] Uitspraak van 20 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:899.

[3] Uitspraak van 14 december 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU7942. Zie ook de toelichting bij artikel 4.1a Woo.

[4] Voor een voorbeeld waarbij het bestuursorgaan onvoldoende had gemotiveerd dat naar aanleiding van het Wob-verzoek voldoende zorgvuldig onderzoek is gedaan, zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 mei 2019, r.o. 17.2, ECLI:NL:RVS:2019:1675.

[5] Ook deze overweging is afkomstig uit de uitspraak van de Afdeling van 22 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1633.

 

Meer hierover, zie Wet open overheid. Toegelicht door de wetgever, besproken door C.N. van der Sluis