Artikel 11

Artikel 11 (Beperkingen; intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen)

Een belangrijke bepaling die vooral is ingegeven door de wens van de wetgever om een vertrouwelijke sfeer te kunnen bieden aan hen die bij beleidsvorming en besluitvorming zijn betrokken. Een aantal stappen moet worden doorlopen, alvorens artikel 11 kan worden ingeroepen als beperking aan de openbaarheid. Zo moet eerst worden vastgesteld dat sprake is van een document van intern beraad (artikel 1). Het gaat om het oogmerk van de opsteller van het document. Meerdere bestuursorganen kunnen zijn betrokken bij het intern beraad. Ook private partijen, zolang zij maar wel zijn aangehaakt om het belang van het bestuursorgaan te behartigen. Vervolgens moet worden bepaald of sprake is van persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 1), al kan dit op het niveau van een zelfstandig onderdeel van een document (bijv. een alinea) worden bepaald. In beginsel blijven deze onderdelen beschermd, ondanks tijdsverloop. Het hier dus vooral om aanbevelingen, conclusies e.d. van personen. Voorbeelden zijn er te over, maar denk aan verschillen tussen concepten en definitieve (openbare) stukken. Een beschrijving van feitelijke ontwikkelingen en verwachtingen alsmede de cijfermatige onderbouwing daarvan zijn weer geen persoonlijke beleidsopvattingen. Is sprake van milieu-informatie dan volgt een belangenafweging (lid 4).

  1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen.
  2. Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt.
  3. Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie kan het verstrekken van informatie over de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen plaatsvinden, indien het voornemen daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun werkzaamheden kenbaar is gemaakt.
  4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.