bb

Van der Sluis op ‘Binnenlands Bestuur’ 8 oktober 2021; De Wob is dood, leve de Woo

Column op Binnenlands Bestuur

In een reeks aan columns (hier vindt u de laatste) is de afgelopen jaren onder meer op deze site aandacht besteed aan de Wet open overheid. De wet die de alom bekende (en soms verguisde) Wet openbaarheid van bestuur (Wob) moest vervangen. Op 5 oktober jl. werd de Woo aanvaard door de Eerste Kamer. Zes maanden na plaatsing in het Staatsblad treedt de Woo in werking. Dat moet dus 1 mei 2022 zijn. Er is dan geen Wob meer!

Op de valreep werd het nog spannend in de Eerste Kamer. Een verstrekkende motie van het CDA, de SGP en de ChristenUnie lag voor. Die motie stelde voor de Woo niet verder te behandelen, maar te werken aan een evaluatie van de Wob en het doen van investeringen op het gebied van informatiehuishouding en bestuurscultuur. Deze motie heeft het dus niet gehaald. Belangrijke aanleiding voor die motie was dat de Woo zo complex is geworden. Daar valt, met alle nota’s van wijziging, amendementen op de oorspronkelijke Woo én het wijzigingswetsvoorstel met ook weer nota’s van wijziging en amendementen best wat voor te zeggen. De columnreeks geeft ook mooi aan in welke rollercoaster dit wetsvoorstel terecht is gekomen.

Toch is er ook best wat te nuanceren qua complexiteit. Op hoofdlijnen blijft het wat betreft het belangrijkste aspect van de Wob – openbaarmaking na een verzoek – in grote mate gelijk. Een verzoek moet binnen een bepaalde periode (4 weken) worden afgehandeld. Een mogelijkheid van verdaging – onder de Woo 2 weken, in plaats van de 4 die de Wob geeft – is er nog altijd. Documenten moeten worden verzameld en uiteindelijk volgt een beoordeling in het licht van bij wet gegeven weigeringsgronden. Bijzonder is wel dat tijdsverloop invloed kan hebben – documenten ouder dan 5 jaar zullen eerder openbaar worden gemaakt – meer overheden met zo’n verzoek geconfronteerd kunnen worden, bijzondere ingangen tot informatie worden geboden én een Adviescollege soms als ombudsman mee kan kijken naar de afhandeling van verzoeken.

Meer nieuw, maar ook complex is het waar het gaat om actieve openbaarmaking. Zoals in hier vindt u de laatste al opgemerkt is de Raad van State kritisch op de lange lijst aan documenten die door de overheid zelf openbaar gemaakt moeten worden (zie artikel 3.3). Deze lijst zal best een uitdaging vormen voor de praktijk, vooral dus voor overheden en niet zozeer dus de informatiezoekende burger of journalist. Die uitdaging wordt groter door de verplichting om hierbij aan te sluiten bij PLOOI, zeker gegeven de kennelijk bestaande ‘‘urgente problemen’’.

Gelukkig wordt de soep niet zo heet gegeten als hij per 1 mei 2022 wordt opgediend. De wet voorzag immers al dat een en ander complex zou zijn. Daarom werd de optie ingebouwd dat juist de verplichtingen van het actief openbaar maken later in werking zou treden.

Minister Ollongren gaf tijdens de behandeling 28 september jl. al een inkijkje in de beoogde specifieke inwerkingtreding. Het rijk is in 2023 kennelijk klaar voor 5 categorieën (en over 5 jaar voor alles wat in artikel 3.3. staat). Daarmee suggererend – althans zo vul ik het maar in – dat het voor de andere overheden nog wel wat verder in de tijd een verplichting zal zijn. De tijd zal het leren. Aangekondigd is een concreter plan over welke categorieën, voor welke overheden op welke momenten gaan gelden eind dit jaar nog zal worden bekendgemaakt.

Dit alles neemt natuurlijk niet weg dat de praktijk gesteld zal moeten staan op 1 mei 2022. Al is het maar om te wennen aan het idee dat direct per die datum er niet meer geWobt kan worden, maar enkel geWoot. Wie een beter werkwoord kan verzinnen, ontvangt de de artikelsgewijze bespreking van de Woo in boekvorm.

1 antwoord

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *