bb

Van der Sluis op ‘Binnenlands Bestuur’ 8 juni 2022; Wie mag zich wenden tot het Adviescollege Openbaarheid en informatiehuishouding?

De sinds 1 mei 2022 in werking getreden Wet open overheid kent meer nieuwe elementen, in vergelijking met de Wet openbaarheid van bestuur, dan je op het eerste gezicht zou denken. Niet zonder gevolgen voor al die lopende Wob-procedures die, door ontbrekend overgangsrecht, verschieten van kleur. Niet de Wob maar de Woo is opeens het wettelijk kader (zie uitgebreider dit blog en de bevestiging van de Raad van State met deze uitspraak).

Een belangrijk nieuw element vormt het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding. Hoewel het college eerst nog een bescheiden rol had als adviescollege voor parlement en bestuur, is het in de staart van de behandeling van de Woo voorzien van een taak die meer gevolgen kan hebben voor de dagelijkse praktijk. Het heeft immers een ombudsfunctie gekregen. Het Adviescollege zal klachten over de openbaarmaking van informatie in behandeling nemen en daarover adviseren.

Elders schreef ik al dat de uitbreiding bij de wet een haastklus leek (zie uitgebreider al dit blog). Dat blijkt al mooi uit de tekst van de wet zelf waar het gaat over de ombudsfunctie en voor wie dit weg openstaat: “journalisten, wetenschappers of andere naar het oordeel van het college in aanmerking komende groepen met een beroepsmatig belang bij het gebruik van publiek informatie”. Het gaat natuurlijk om “het gebruik van publiekinformatie”.

Maar goed, het Adviescollege krijgt met deze formulering de nodige ruimte om de eigen rol te bepalen. Want wie kan zich nu eigenlijk tot het college wenden met een klacht? Wie zijn die “andere (…) in aanmerking komende groepen”? De inmiddels gelanceerde website van het Adviescollege laat zien dat het college zichzelf niet al te veel werk op de hals wil halen. Het wil zich toeleggen op klachten van “journalisten, wetenschappers en mediaredacties”. Daarmee wordt de groep “andere groepen met een beroepsmatig belang” wel erg beperkt. Een ruimere opvatting zou kunnen zijn dat een adviseur – bijvoorbeeld een advocaat – ook beroepsmatig belang kan hebben bij informatie van de overheid. Met die informatie kan hij of zij de cliënt weer beter bedienen in de advisering of gedurende een procedure. Hoewel de focus op journalisten en wetenschappers meer past bij de kennelijke bedoeling van de wetgever misschien toch een gemiste kans.

Maar goed, veel is nog onduidelijk. Zo zijn nog niet alle vijf de collegeleden benoemd (de eerste drie personen zijn inmiddels benoemd). En ook het precieze moment waarop het Adviescollege operationeel is, is nog onduidelijk. Een brief van de minister van BZK maakt duidelijk dat dit in de loop van 2022 mag worden verwacht. Tijd genoeg nog om de eigen taakopvatting scherp te krijgen en zichzelf misschien een grotere rol toe te dichten. De tijd lijkt er wel rijp voor.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.