CvdS over actueel

Update Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 1 mei 2020; Corona en de Wob: meedoen met de NOW-regeling is transparantie accepteren. Echt geen zienswijze verplichting?!

Op 1 mei maakte minister Koolmees met deze brief enkele wijzigingen bekend van de regeling Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (de NOW-regeling). Belangrijk onderdeel – mede ingegeven door de commotie rond aanspraken op de regeling voor ondernemingen als Booking.com – is het aspect dat partijen die zich aanmelden voor de subsidie een zekere mate van openbaarheid dienen te accepteren.

Uit artikel 8 lid 9 van de NOW volgt dat openbaarmaking dreigt. Geen actieve openbaarmaking dus van deze gegevens, maar mogelijk wel bij een verzoek van bijvoorbeeld een journalist of Kamerlid. Het gaat om de volgende gegevens uit het subsidiedossier:
a. de naam en het adres van werkgever;
b. het verstrekte voorschot; en
c. de vastgestelde subsidie.

Hiermee anticipeert de minister op vraagstukken naar aanleiding van Wob-verzoeken over de vraag of sprake is van vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens (zie bijvoorbeeld deze uitspraak met annotatie). Hiermee volgt de NOW het voorbeeld van een andere subsidieregeling van SZW.

Minister Koolmees stelt in zijn brief hard en duidelijk dat hiermee de zienswijze-verplichting – de mogelijkheid voor de werkgever om openbaarmaking te voorkomen – zou zijn komen te vervallen. Hoewel inderdaad gedacht zou kunnen worden dat bescherming van genoemde gegevens is prijsgegeven, kan daar ook anders over worden gedacht. De regeling waarvoor Koolmees nu een olifantenpaadje denkt te hebben gevonden, laat natuurlijk onverlet dat uit de Wob (artikel 6, lid 3) in combinatie met de Awb (artikel 4:8) onverkort geldt dat zienswijzen moeten worden gevraagd indien bedenkingen zijn te verwachten bij een besluit tot openbaarmaking. Dat is alleen anders als naar verwachting geen bedenkingen zullen bestaan bij de werkgever (of een regeling dwingt tot openbaarmaking). Koolmees lijkt te stellen dat die bedenkingen er niet zijn (of dat sprake is van een dwingende regeling) door in te stemmen met artikel 8 van de NOW. Toch mag dat niet te snel worden aangenomen. Want stelt de regeling niet juist dat die gegevens openbaar gemaakt kunnen worden. Dat veronderstelt een belangenafweging en laat nou net ook die zienswijze-mogelijkheid een moment geven om de eigen belangen naar voren te brengen zodat de minister toch zou kunnen worden bewogen af te wijken van de mogelijkheid die artikel 8, lid 9, van de NOW hem geeft.

Overigens, die regeling in de NOW is helemaal niet nodig. De Wob geeft natuurlijk ook gewoon de bevoegdheid om informatie openbaar te maken. Uiteraard wel met inachtneming van alle belangen. Het belang van openbaarheid vs de belangen van artikel 10 en artikel 11 van de Wob.

In de al genoemde uitspraak van de Raad van State met de annotatie wordt over het gegeven van de ‘instemming’ die zou volgen uit de regeling (die in dat geval niet van toepassing was overigens) enkel gesteld dat daarmee geen beroep meer zou kunnen worden gedaan op de weigeringsgrond van artikel 10, lid 1 onder c (vertrouwelijk verstrekte bedrijfs- en fabricagegegevens, zie uitgebreid bijvoorbeeld hier). Geen sprake zou meer zijn van vertrouwelijk verstrekte gegevens. Die redenering kan ik volgen. Maar dat daarmee mogelijk andere weigeringsgronden geen gewicht meer in de schaal zouden kunnen leggen – waaronder in elk geval de onvolprezen onevenredige benadeling van de werkgever – is natuurlijk niet het geval.