CvdS over actueel

Rechtbank Rotterdam 19 maart 2021; Wat zijn op de zaak betrekking hebbende stukken?

Het begrip is niet erg omkaderd en het kan een punt van discussie, als onderdeel van de ‘echte’ procedure tegen een besluit van de overheid: welke stukken zijn “op de zaak betrekking hebbend” en moeten die ter inzage liggen in bezwaar (7:4 Awb) of vrijelijk gedeeld worden met alle procespartijen in beroep (8:29 Awb). De Rechtbank Rotterdam maakt in deze uitspraak maar weer eens duidelijk dat een document al snel als zodanig kwalificeert én welke toets er moet worden uitgevoerd bij het wel of niet delen met de procespartijen.

Het gaat tegen een besluit van de ACM om een handhavingsprocedure (tegen PostNL) stop te zetten. Een concurrent (RM) kwam tegen dit besluit op. ACM meende dat de concurrent wel belanghebbende was en dat deze een geschoonde samenvatting van een onderzoeksrapport mocht inzien. Dit is vervat in een brief van ACM gedurende de bezwaarprocedure.

PostNL probeert dit te voorkomen door beroep in te stellen. ACM meende – gegeven de clausule onder de brief – dat dit ook de juiste weg was.

7:4 Awb besluit?

De rechtbank volgt partijen hierin. Hoewel dus al eerder duidelijk werd gemaakt door de Raad van State dat je opkomt tegen een beslissing over wat ter inzage ligt (en vooral wat ook niet) via een beroep tegen het besluit op bezwaar (zie deze update), wordt hiermee voor partijen de opening geboden om een 7:4-besluit uit te lokken en daarover apart te procederen.

Is het wel een op de zaak betrekking hebbend stuk?

Vervolgens ligt de vraag voor of het gewraakte stuk wel een ‘op de zaak betrekking hebbend stuk’ is. Een veel terugkerend punt van discussie (zie bijvoorbeeld deze update). De rechtbank meent in dit geval van wel. Onderwerp van het geschil is het besluit niet door te gaan met de handhavingsprocedure. Het onderzoeksrapport en de samenvatting daarvan zijn het resultaat van een onderzoek van de ACM wat direct samenhangt met die handhaving. Zeker bij handhaving meent de rechtbank is evident sprake van zo’n document als het gaat om een een voorafgaand onderzoeksrapport en deze documenten verschillen daar niet van.

Toch niet ter inzage leggen

Vervolgens is natuurlijk de vraag of gewichtige redenen als bedoeld in artikel 7:4, zesde lid, van de Awb zich verzetten tegen de ter inzagelegging van de samenvatting. De rechtbank beoordeelt het stuk en ziet er niets spannends (denk aan de artikel 10 Wob gronden) in en meent dan ook dat geen sprake is van gewichtige redenen. Hierbij maakt men ook gebruik van het kader dat de Raad van State geeft in de overzichtsuitspraak van 10 juni 2020 (zie dit naschrift).