CvdS over actueel

Rechtbank Limburg 19 september 2022; Mailbox van de (ex-)burgemeester van Weert valt onder het bestuursorgaan. Better safe than sorry bij openbaarmaking

Eerder probeerde de oud-burgemeester van Weert al te stellen dat zijn inbox niet mocht worden veilig gesteld door het college van B&W. Toen in kort geding en toen al zonder resultaat (zie update). Inmiddels is het omvangrijke Wob-verzoek in de besluitvormingsfase beland en ligt een Woo-besluit voor.

Na vorige week dus een tweede uitspraak waarbij een besluit op grond van de Wet open overheid voorligt. Dit keer een uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Limburg. Openbaarmaking dreigt namelijk en de ex-burgemeester wil dat voorkomen. De gestelde – maar niet heel concreet gemaakte – dreiging die zou ontstaan bij openbaarmaking van e-mails maakt dat de voorzieningenrechter meent dat afwachten hoe in bezwaar wordt geoordeeld gewenst is.

Van belang voor de praktijk is de hele concrete doorwerking van de zorgplicht van artikel 2.4, eerste lid om documenten in goede en geordende staat te hebben en te (be)houden. Eerder werd al gewezen op de mogelijke impact van deze bepaling bij discussie over het niet of niet meer hebben van documenten (zie bijv. deze update). Hier zien we dat het een geschil beslecht over de vraag of documenten onder het college berusten. Overigens is die doorwerking van de zorgplicht wat onduidelijk, nu de voorzieningenrechter vervolgens vooral inzoomt op de bestuurlijke aangelegenheid, de publieke taak (logisch gelet op de omschrijving van het document begrip en het begrip publieke informatie) en het feit dat het college in meer algemene zin belast is met het dagelijks bestuur van de gemeente. Dat laatste rekt een en ander wel erg op. Dan is het college in alle gevallen al snel een bevoegd orgaan om te beslissen op Woo-verzoeken. Dat lijkt me niet aan de orde. Soms te meer nu – zoals kennelijk door de Minister van BZK ook aangegeven – de bijzondere r0l van de burgemeester het problematisch kan maken dat zijn telefoon of inbox wordt doorgezocht bij informatieverzoeken. De voorzieningenrechter acht de werking van de Woo en de doelstelling van de Woo (het hebben van een transparante en actie openbaar makende overheid) van groter gewicht.

Over dat doorzoeken van de inbox en telefoon van de burgemeester geeft de uitspraak mooi inzicht hoe dit zorgvuldig kan worden gedaan (mogelijk mede ter geruststelling van de minister). De gekozen aanpak is zodanig zorgvuldig dat de voorzieningenrechter strijd met de AVG niet snel aan de orde acht. Er is verzameld, nadat een Data Privacy Impact Assessment is gedaan waarbij de FG nog een rol heeft gehad over de reikwijdte van het onderzoek. Alles om zeker te stellen dat het college (de gemeente stelt de voorzieningenrechter) alleen de documenten die vallen onder het verzoek heeft kunnen gezien. Vervolgens heeft betrokkene alle documenten nog kunnen inzien en een zienswijze kunnen geven.

Overigens maakt de uitspraak nog melding van toestemming van partijen voor het kunnen kennis nemen door de voorzieningenrechter van de vertrouwelijk overgelegde (Woo) documenten. Was die niet, van rechtswege, gewoon gegeven gelet op het nieuwe artikel 8:29, zesde lid, van de Awb die met de Woo is toegevoegd?