CvdS over Rvs

Raad van State 17 maart 2021; Beperking van het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’, een handtekening valt niet te Wobben

De initiatiefnemers van de Wet open overheid hebben bewust afstand willen doen van het begrip ‘bestuurlijke aangelegenheid’ (hier een podcast over het begrip). Het zou niet voldoende onderscheidend zijn en dus niets toevoegen. Vervolgens wordt gewerkt met begrippen als ‘publieke informatie’ en wordt een verband noodzakelijk geacht met “de publieke taak” van het orgaan dat onder de Woo valt (zie artikel 2.1). Waarmee, als we de toelichting lezen, toch vooral iets als een bestuurlijke aangelegenheid wordt bedoeld.

In het boek over de Woo worden wat kritische kanttekeningen gezet bij de keuzes van de wetgever op dit punt. Een deel komt ook terug in dit blog.

Een uitspraak van de Raad van State van vandaag maakt duidelijk dat het begrip nog altijd van waarde is. Onder verwijzing naar de preciseringsuitspraak over wat nu precies een Wob-verzoek is (zie deze update en deze annotatie) komt de Raad van State tot het oordeel dat de handtekening van een gemeenteambtenaar geen bestuurlijke aangelegenheid is en dus geen onderwerp kan zijn van een Wob-verzoek. In Woo-termen, de handtekening houdt kennelijk geen verband met “de publieke taak”.

De onderbouwing voor dit standpunt vindt de Raad van State in het feit dat de handtekening “als zodanig (…) op zichzelf geen verband (houdt) met beleid van een bestuursorgaan, daaronder begrepen de voorbereiding en de uitvoering ervan. Anders dan [appellant] betoogt kan een handtekening van een ambtenaar niet gelijk worden gesteld aan de naam van een ambtenaar. De naam van een ambtenaar heeft betrekking op de persoon van de ambtenaar en geeft inzicht in de keuze die een bestuursorgaan maakt voor de aanstelling van de ambtenaar en werkzaamheden waarmee het bestuursorgaan de ambtenaar belast. De handtekening van een ambtenaar reflecteert geen keuze of beslissing van het bestuursorgaan. Het feit dat [appellant] stelt de combinatie van naam en handtekening nodig te hebben om te onderzoeken of de ondertekening van het besluit van 27 juni 2011 op de juiste manier heeft plaatsgevonden, maakt de handtekening als zodanig nog geen bestuurlijke aangelegenheid. De vraag of een handtekening onder een concreet besluit afkomstig is van een bepaalde ambtenaar kan in een daartoe geëigende procedure worden beantwoord, maar brengt niet mee dat handtekeningen van bij een bestuursorganen werkzame personen onder het bereik van de Wob vallen en daarmee in beginsel openbaar zijn.”

Nieuw aan deze overweging is dat de Raad van State kennelijk bepalend acht voor het wel of niet zijn van bestuurlijke aangelegenheid dat er een keuze of beslissing aan de orde zou zijn van het bestuursorgaan.

Bijzonder is dat de Raad van State stelt dat het verzoek – ondanks dus dat het niet op een bestuurlijke aangelegenheid zag voor dit deel – wel een Wob-verzoek was (omdat de Wob dus kennelijk werd genoemd!?) wat maakt dat de reactie daarop dus (inhoudende het ziet niet op een bestuurlijke aangelegenheid) een besluit oplevert. Bijzonder nu artikel 3 van de Wob toch echt iets pas een Wob-verzoek maakt als het gaat om een bestuurlijke aangelegenheid, zo werd altijd aangenomen.

In dat kader zou juister zijn (m.i. althans) dat in dit geval géén sprake was van Wob-verzoek. Het bezwaar ziet dan op het wel of niet aanmerken van het verzoek als Wob-verzoek (én het m.i. dus wel of niet zijn van een besluit op dat verzoek). Dat leidt tot een beslissing op dat bezwaar wat weer vatbaar is voor beroep.