Dit is de categorie voor columns

Van der Sluis in ‘de Staatscourant’: Praktijk says Woo!

In 2012 werd de nieuwe Wet Openbaarheid van bestuur als initiatiefwetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Sindsdien is het nodige, over wat uiteindelijk als de Wet open overheid (Woo) bekend is geworden, gepasseerd. Een indringende Kamerbehandeling leidde uiteindelijk tot een akkoord van de Tweede Kamer in 2016; een overwinning voor de Initiatiefnemers. De toenmalige minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties liet het er evenwel niet bij zitten, mede gesteund door een lobby vanuit de bestuurspraktijk. Een onderzoek verscheen waaruit bleek dat de Woo, in de staat waarin de Tweede Kamer die had aangenomen, tot hoge uitvoeringskosten zou leiden. Reden voor de Eerste Kamer om op de rem te trappen. De Initiatiefnemers konden niet anders dan in overleg treden met Rutte III. De uitkomst: een novelle die begin dit jaar aan de Tweede Kamer werd aangeboden.

Dit wijzigingswetsvoorstel geeft een mooie indruk van wat onderhandelen in Den Haag kan opleveren. De Woo zal er komen, maar het verschil tussen 2012 en 2019 is fors te noemen. Werd eerst nog een plicht tot het actief openbaar maken van een grote hoeveelheid informatie, aan de hand van een voor een ieder te raadplegen register, voorgesteld. Het register is van de baan. Die ogenschijnlijke plicht, die een enkeling onder wie ondergetekende in de wet las, is nooit zo bedoeld, zo blijkt nu. Resultaat: een met de regeling in de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vergelijkbare inspanningsverplichting: maak zoveel als mogelijk actief openbaar. Nieuw is wel dat een aantal soorten documenten al expliciet wordt genoemd waaraan in elk geval gedacht zou moeten worden.

Ogenschijnlijk winstpunt voor de initiatiefnemers is het wisselgeld, de introductie van een Tijdelijk adviescollege informatiehuishouding. Dit college moet een meerjarenplan, op te stellen door de minister van BZK gaan beoordelen en gaan sturen op de uitvoering. Geen informatiecommissaris zoals eerst voorgesteld (en al gesneuveld bij de Tweede Kamer). Maar toch een onafhankelijk orgaan dat toeziet op de te plegen inspanningen om digitale overheidsinformatie toegankelijk te maken. Vanwege de achterstand op dat terrein was het werken met een online register en vla die weg ontsluiten van Informatie te kostbaar gebleken. Met dit meerjarenplan kan gelijk worden geanticipeerd op de laatste inzichten die maken dat WhatsApp- en sms-berichten, maar ook andere digitale gegevensdragers, gewoon onder de Wob vallen.

Al met al lijkt de bestuurspraktijk zich te kunnen vinden in de Woo zoals die er nu ligt. Veel weerstand vanuit de Tweede of Eerste Kamer valt er ook niet te verwachten. Die Woo komt er dus wel, zou ik menen. Had niet kunnen worden volstaan met een beperkte aanvulling van de Wob en daarmee een behoud van al het moois van de Wob? Ik zou menen van wel, maar goed wie ben ik, ‘praktijk says Woo!’.

Deze column is op 17 april 2019 verschenen in de Staatscourant.

Van der Sluis op ‘Binnenlands bestuur’: De Woo; een nieuwe jas, een eerste analyse

Het kabinet heeft gewonnen. Een vreemde uitspraak wellicht bij een wetsvoorstel van initiatiefnemers en sowieso bij een wetgevingsproces, maar het is de indruk die overblijft na een lang traject van een initiatiefwetsvoorstel die werd aangenomen door de Tweede Kamer, maar bleef hangen in de Eerste Kamer.

Dat blijven hangen had te maken met een impactanalyse waaruit volgde dat de uitvoering van de Woo in de oorspronkelijke versie veel kosten met zich zou brengen. Hoewel dat argument ook naar voren was gekomen bij de behandeling van de Tweede Kamer, werd het pas concreet met genoemde impactanalyse. Hoewel veel kritiek werd geuit (en niet altijd zonder gegronde reden) op de analyse was het wel voldoende aanleiding voor de Eerste Kamer om een en ander in de koelkast te doen belanden.

Uiteindelijk leidde dit alles tot een overleg tussen kabinet en initiatiefnemers. Het resultaat; een wijziging van de Woo via een wetsvoorstel die op 2 januari 2019 aan de Tweede Kamer is aangeboden. Deze column (en een welverdiend verlof) geeft slechts ruimte voor enkele aspecten die worden voorgesteld. Later worden wellicht ook andere onderdelen besproken.

Een aantal belangrijke elementen wordt ook nu (weer) uit het oorspronkelijke voorstel geëlimineerd. Dit keer (nadat eerder bijvoorbeeld de Informatiecommissaris het veld moest ruimen) is het register gesneuveld. Wel is een en ander geregeld over de informatiehuishouding van overheden. Bijzonder is dat de Woo nu stelt dat overheden moeten voldoen aan de zorgplicht van de Archiefwet (maar daar moet men toch al aan voldoen?!). Die zorgplicht houdt kort en goed in dat men op ordentelijke wijze overzicht heeft en houdt van de documenten (waaronder volgens de initiatiefnemers overigens ook Whatsapp-berichten en andere berichten op sociale media vallen) die onder hen berusten en dus snel verzoeken om die documenten kan afhandelen. Voor het op orde brengen van een en ander wordt een meerjarenplan opgesteld. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering daarvan ligt bij de minister. Een adviescollege moet de uitvoering van dit plan en de voortgang daarvan in de gaten houden.

Ook de actieve openbaarmaking wordt redelijk uitgekleed. Van een harde verplichting is geen sprake (meer). Actieve openbaarmaking is met dit voorstel beperkt tot een minder aantal soorten documenten, het ziet niet op documenten van voor de inwerkingtreding van de wet en wordt gewoon in algemene zin sterk gerelativeerd. Immers, actieve openbaarmaking is aan de orde als het uitvoerbaar is, ook niet al te veel kost en de informatie ook wel een redelijk doel dient. In zoverre niet heel veel anders dan de ‘plicht’ tot actieve openbaarmaking die we kennen van de Wob.

Ook de lobby van de koepelorganisaties heeft gewerkt. Zij zullen toch niet vallen onder de Woo. Simpel gezegd omdat het veel werk oplevert en de vraag gesteld kan worden of de informatie die er echt toe doet, niet ook gewoon bij de aangesloten decentrale overheden beschikbaar is.

Nu een en ander een resultaat is van onderhandelingen tussen kabinet en initiatiefnemers is mijn verwachting dat dit voorstel met de nodige snelheid kan worden behandeld. Eens zien of het er nu wel van komt….

Van der Sluis op ‘Binnenlands Bestuur’: Wob, Woo en de bescherming van de ambtenaar

Eind oktober 2018 pakt De Telegraaf groots uit met artikelen over de Wob. Specifiek over de afhandeling van verzoeken om informatie door de Gemeente Amsterdam over de crisis bij de dienst Openbare Orde en Veiligheid naar aanleiding van de ‘affaire Saadia Ait-Taleb’. Direct vormt dit ook aanleiding voor een groter artikel over de afhandeling van Wob-verzoeken door alle overheden in Nederland.

In deze column zal ik deze algehele aanklacht niet behandelen. Wel de reactie van burgemeester Halsema naar aanleiding van het specifieke voorval. De Telegraaf stelt over die reactie: ‘Geblunder met WOB-procedures mag niet meer gebeuren, schrijft Halsema nu ze de stukken alsnog vrijgeeft. ‘Ik betreur het zeer hoe de afhandeling is verlopen.’ Ze wil als stelregel invoeren dat ambtenaren voortaan zoveel mogelijk interne documenten uit eigen beweging voor het publiek toegankelijk maken. ‘Openbaarheid is een recht, geen gunst’, vindt zij.’

Deze reactie is een duidelijke reflex op een kwestieuze behandeling van dit specifieke verzoek in een gevoelige kwestie. Hoewel dus begrijpelijk in politiek-bestuurlijke zin staat de reactie wel op gespannen voet met de Wob en het oogmerk van de wetgever. Die wilde immers de ambtenaar veel bescherming bieden, juist vanwege het belang van het interne gedachtenproces. Voor de ‘persoonlijke beleidsopvattingen’ zoals de wet ze noemt is immers bepaald dat die niet worden verstrek. Gedachte hierbij is dat de ambtenaar de vrijheid moet voelen om compleet te kunnen adviseren. De dreiging dat zijn of haar mening en opvatting op straat komt te liggen zou afbreuk doen aan de advisering. Geen gekke gedachte. Dat die bescherming ver reikt volgt ook nog eens uit een uitspraak van de Raad van State begin dit jaar. Als hoogste bestuursrechter oordeelde deze zelfs dat gelakt mag worden op alinea-niveau. Niet louter de opvatting komt dus bescherming toe maar ook de daarmee samenhangende feiten.

De reactie van de burgemeester is wel in lijn met de eerdere opstelling van de gemeente Amsterdam inzake de Wet open overheid. In mijn eerdere column besprak ik al de inhoud van een brief waarin de gemeente stelde transparantie voorop te stellen en ook actieve openbaarmaking van belang te achten. In hoeverre de gemeente dit specifiek vormgeeft, is mij niet bekend. Wel is duidelijk dat in het specifieke geval, waar de burgemeester de ‘knieval’ (aldus De Telegraaf) in maakt, dit wat minder aan de orde was. De reactie van de burgemeester maakt duidelijk dat dit kennelijk een uitzondering was en gemeente-breed (actieve) transparantie nog voorop staat. Specifieker wordt nu alleen gesteld dat meer actieve openbaarmaking van persoonlijke beleidsopvattingen moet worden beoogd. Dat lijkt me een gevaarlijke weg, al is het maar omdat het besluitvormingsproces van een overheidsinstantie gebaat is bij een sfeer van vertrouwelijkheid tot het moment van besluitvorming. Een niet uit te sluiten reactie kan zijn dat ambtenaren wel twee keer nadenken voor zij hun mening aan het papier toevertrouwen. Of de politieke en democratische bestuursvoering gebaat is bij actieve openbaarmaking, is dan ook zeer de vraag.

Van der Sluis op ‘Binnenlands bestuur’: De Woo gaat doorrrr…

In oktober 2017 besprak ik in mijn laatste column in de Woo-reeks op deze site de insteek van Rutte III. Het kabinet wilde praten met de initiatiefnemers vanwege enerzijds de behoefte aan een open en transparante overheid, maar anderzijds de angst voor hoge kosten. Ik sloot af met de vraag of die opmerking in het regeerakkoord een opmaat was voor een goed Haags gebruik, “we gaan een en ander onderzoeken en het verdwijnt langzaam in een la”. Dat blijkt een onjuiste inschatting. Want de gesprekken tussen initiatiefnemers en kabinet, waar 23 mei jl. al over werd gesproken bij SC online, hebben resultaat opgeleverd.

Een recente brief van de initiatiefnemers laat dat zien. Die initiatiefnemers zijn overigens inmiddels de leden Snels en Van Weyenberg van Tweede Kamer. Snels heeft Linda Voortman – begonnen als wethouder in Utrecht – opgevolgd. De brief leert dat anders dan door velen – waaronder ik zelf – gedacht geen novelle zal volgen. Gesproken wordt immers van een wijzigingswetsvoorstel dat dit najaar aanhangig gemaakt wordt bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel zal bepalingen bevatten die moeten leiden tot verduidelijkingen en verbeteringen. Dit alles teneinde de hoge uitvoeringskosten, waarover ABDTOP al had gesproken in haar rapportages en waarover de Eerste Kamer ook wel de nodige vragen had, te voorkomen zonder dat een ‘open overheid’ in het geding komt.

 

Een goede ontwikkeling die rechtdoet aan mijn eerdere opmerkingen over de Woo in columns en publicaties. Ik omarm immers de insteek van de wet, maar vind de Woo in algemene zin op veel punten onduidelijk, ongewenst of onvolledig. Te denken valt alleen al aan het documentenregister, het wegvallen van structuurbepalende begrippen als “bestuurlijke aangelegenheid” en het als gevolg daarvan in potentie in de hand werken dat alle documenten onder de Woo vallen (en dus in het register moeten worden opgenomen). Geen novelle dus tot aanpassing van het in de Tweede Kamer al aangenomen wetsvoorstel maar een wijzigingswetvoorstel. Een extra te bewandelen weg met de nodige doorlooptijd. Of dat een teken is dat de wijzigingen van aanzienlijke omvang zijn, is mij niet duidelijk. Gegeven mijn eerdere analyses van de Woo is daar wel aanleiding voor. We gaan het afwachten.

Van der Sluis op ‘Binnenlands bestuur’: De Woo: er komt geen einde aan…

De laatste column over de Wet open overheid gaf ik nog de titel mee “op naar het einde.” Ik zag in de kritiek van de Raad van State en de uitkomsten van de beide Quick scans aanleiding om te veronderstellen dat die Woo er niet zou komen.

Ook een recent bericht in de krant hintte in die richting. Quotes uit emailwisselingen rondom het opstellen van de Quick scans – waarin je met enige kwade wil kunt lezen dat het de opstellers van de Quick scans te doen was om te voorkomen dat de Woo er komt (wat ik er overigens niet in lees) – leidden zelfs tot vragen aan de minister bij het Vragenuurtje.

Minister Plasterk reageerde op de nodige vragen met de stelling dat de Quick scans uiteraard geen promotieonderzoek inhielden maar wel voldoende aanleiding geven te veronderstellen dat de Woo de nodige kosten met zich brengt. Daarnaast suggereerde hij zelfs dat de Quick scans op verzoek van de Eerste Kamer werden uitgevoerd terwijl dit toch echt een initiatief leek van zijn waarnemer, minister Blok. De Eerste Kamer was juist niet zo gecharmeerd van het uitvoeren van de analyse nadat het wetsvoorstel door de Tweede Kamer was aangenomen. Wel had men daar ook zeker vragen over de uitvoerbaarheid en de kosten.

Hoe ook, hoewel de gang der dingen in de Eerste Kamer zich nog niet met zekerheid laat voorspellen, is de inhoud van het regeerakkoord wel richtinggevend. Rutte III spreekt namelijk expliciet over de Wet open overheid:

‘Het kabinet hecht eraan dat de overheid transparant en open is. Er is een initiatiefvoorstel Open Overheid aanhangig. Er wordt onderzocht hoe de verruiming van openheid gestalte kan krijgen zonder hoge kosten voor de organisatie en uitvoering. Het kabinet treedt daartoe in overleg met de initiatiefnemers.’

Of daarmee wordt voorgesorteerd op een goed Haags gebruik, we gaan een en ander onderzoeken en het verdwijnt langzaam in een la, moet worden afgewacht. Heel logisch lijkt dat evenwel niet. Wellicht dat de uitkomst wel in de buurt komt van de in mijn vorige blog geschetste door mij gewenste uitkomst. Ik stelde immers voor dat bepaalde elementen uit de Woo zeker nuttig kunnen zijn als aanvulling op de Wet openbaarheid van bestuur. Want dat de Wob op punten verbeterd kan worden, valt niet te miskennen. Evenzo kan men niet ontkennen dat de wens van beslotenheid nogal eens de overhand heeft als verzocht wordt om openbaarheid.

Van der Sluis op ‘Binnenlands bestuur’: De Woo: op naar het einde

In de laatste column over de Wet open overheid werd gesproken over het laatste zetje van de Raad van State. De Raad van State had immers in het jaarverslag de nodige kritische noten gekraakt over de Woo. In de column daarvoor besprak ik al de eerste Quick scan impact Wet open overheid van de consultants van ABDTOP. De conclusie was helder: de kosten voor de uitvoering van de Woo liggen zeer veel hoger dan de kosten die de uitvoering van de Wob vergt. De tweede Quick scan zou nog volgen en die verscheen op 13 juni jl.

De conclusies – het zal niet verbazen – zijn in lijn met die van de eerste Quick scan. De uitvoering van de Wet open overheid brengt grote kosten met zich; niet doen! De kritiek op deze twee Quick scans is ook niet verrassend: er is geen oog voor de opbrengsten, men is blind voor de kosten die toch gemaakt moeten worden en het belang van openbaarheid laat zich niet uitdrukken in euro’s. De opstellers, oud-ambtenaren (ABDTOP), zijn  sowieso al verdacht in dezen.

 

Hoewel veel te zeggen valt voor beide standpunten – ik was daar eerder ook al helder over – blijft voorop staan wat mij betreft dat de hoofdreden voor de Woo – een cultuuromslag bij overheden over de wijze waarop gekeken wordt naar de onder hun berustende informatie en de vraag daarnaar – zich m.i. moeilijk laat sturen door wetgeving. Dit te meer als die wetgeving zodanig is vormgegeven dat het zodanig complex wordt, dat de cultuur eerder een minder positieve kant (vanuit transparantie oogpunt) op wordt beïnvloed dan gehoopt. Daarmee zou de wetgever zichzelf (en de initiatiefnemers) in de voet schieten.

Moet alles dan blijven zoals het is? Nee! Waarom? Nu, die cultuur die heeft wel degelijk enige ombuiging nodig en wetgever kan daarbij helpen. Elementen uit de Woo zouden daar ook zeker nuttig aan kunnen bijdragen. Dat betekent naar mijn mening dus wel dat de Eerste Kamer er verstandig aan doet de Woo niet aan te nemen. Ze doet er daarbij ok verstandig aan een krachtig signaal af te geven dat de Wob aanpassing behoeft. Of dat signaal dan voortvarend (genoeg) wordt opgepakt zal (mede) afhangen van de uitkomst van de formatie.

Van der Sluis op ‘Binnenlands bestuur’: De Woo en het extra zetje van de Raad van State

Na enige tijd radiostilte op dit platform over de Wet open overheid, vormt het jaarverslag van de Raad van State aanleiding voor een column. Dat verslag verscheen op 6 april jl. online. Een jaarverslag dat twee thema’s kent, de strenge overheid en de open overheid.

Met dat laatste thema doelt de Raad van State op transparantie van overheidsinformatie. Daarbij wordt, vanzelfsprekend, ook aandacht besteed aan het initiatiefvoorstel Wet open overheid dat nog altijd in behandeling is bij de Eerste Kamer.
In de laatste column werd al ingegaan op de Quick scan impact Wet open overheid van de consultants van ABDTOP. Kort en goed stelde men dat het een te dure en moeilijk uitvoerbare wet zou zijn. Deze analyse betrof louter de rijksoverheid. Een beoordeling op decentraal niveau moet nog volgen vlak voor de zomer. Het laat zich raden dat de conclusies voor de rijksoverheid evenzeer gelden voor gemeenten en provincies: de Woo is praktisch lastiger uitvoerbaar en (dus) duurder. Wat dat laatste betreft zal die impact – als het aan de decentrale overheden ligt – gevoeld worden op rijksniveau, daar zal immers de rekening worden gepresenteerd zo lijkt het.
De Raad van State was eerder al kritisch op het initiatief en ziet die analyse bevestigd door ABDTOP en ook in andere analyses. In het jaarverslag wordt dat nog eens dunnetjes herhaald. Daarmee dringt zich zo langzamerhand de vraag op of de Woo er wel komt. Uitgaande van een zelfde uitkomst van de analyse van de impact op decentraal niveau, kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat daarmee meer seinen op rood staan dan op groen. De precieze stemverhouding in de Eerste Kamer heb ik niet voor ogen, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat de wet er door heen komt. Hoezeer het ook lastig zal zijn voor een lid van de Eerste Kamer om ‘tegen’ transparantie te kiezen. Aan de andere kant kan met de onderzoeken die er nu liggen goed worden betoogd dat je tegen het maken van kosten en tegen juridisering bent door tegen te stemmen. Ook geen onjuiste motieven zou ik denken.
Vooralsnog afwachten dus en werken met de Wob die – zo concludeerde ik al eerder – met een beetje goede wil precies zo gebruikt kan worden, dat dat wat de initiatiefnemers hebben beoogd met de Woo (een meer actief optredende transparante overheid) bewaarheid wordt.

Van der Sluis op ‘Binnenlands Bestuur’: De Woo: impact en kosten

Deze achtste column over de Wet open overheid leent zich voor een analyse van de impact van de Wet open overheid, niet in de laatste plaats omdat minister Plasterk op 15 december 2016 een Quick scan impact Wet open overheid (Woo) aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer zond. Het eerder op deze plek hierop toegesneden wensenlijstje van te behandelen elementen is deels ingewilligd.

Leden van de Tweede Kamer zullen het document voor kennisgeving aannemen en zich afvragen wat ermee te doen. Hadden zij immers niet al op 19 april van dit jaar vóór de wet gestemd? De leden van de Eerste Kamer zullen er met meer aandacht naar kijken. Hoewel de Eerste Kamer, niet geheel onlogisch, ongelukkig was met het idee van de minister om de impactanalyse te laten uitvoeren nadat de Tweede Kamer het wetsvoorstel reeds had aangenomen, zag men er op 28 september 2016 uiteindelijk wel een reden in om de behandeling van het wetsvoorstel aan te houden totdat de resultaten bekend waren. Vooralsnog is het de gedachte om de behandeling begin 2017 weer op te pakken. Of de aangekondigde analyse van de impact op onder meer provinciaal en gemeentelijk niveau een volgende reden is voor aanhouding, is mij niet bekend.
De analyse focust zich op enkele onderdelen van de Woo die een andere aanpak zouden vergen dan de Wet openbaarheid van bestuur. Belangrijke onderdelen van de Woo acht men de actieve openbaarmaking ‘an sich’, dat dit binnen 14 dagen moet gebeuren en de registerplicht. Hoewel de registerplicht verderop in de tijd volgt, is dit wel iets om rekening mee te houden. Een eerdere column belichtte dit element al.
Nu even meer aandacht voor de actieve openbaarmaking. Hier zou volgens ABPTOP meer worden gevraagd dan de Wob. Artikel 8 Wob zegt kort en goed dat informatie wordt uit eigen beweging openbaar gemaakt zodra dit in het belang van een goede en democratische bestuursvoering is. Bekijken we de Woo, dan kan gesteld worden dat dit belang ‘een goed een democratische bestuursvoering’ nader wordt geconcretiseerd: bepaalde documenten worden genoemd die sowieso actief openbaar moeten worden gemaakt. Uit de behandeling van het wetsvoorstel blijkt dat de initiatiefnemers vooral een cultuuromslag willen bewerkstelligen.

Eerder merkte ik al op dat een wijziging van een wet – met al zijn waarde qua bekendheid met procedures en begrippen – wat rigoureus is. Te meer nu de Wob een prima basis geeft voor een dergelijke uitoefening van de actieve openbaarmaking. ABPTOP lijkt dit ook te suggereren (p. 14-15). Illustratief is dat wat de provincie Zuid-Holland in dat verband doet. Ik wees daar eerder al op, inmiddels is de beleidsregel die de actieve openbaarmaking moet inkaderen verschenen.
Wat betreft de actieve openbaarmaking heb ik elders al opgemerkt dat ik meer problemen zie in het juridiseren van de relaties (de actieve openbaarmaking leidt tot een besluit wat vraagt om een zienswijze en mogelijk bezwaar met een voorlopige voorziening). Een recente uitspraak van de Raad van State laat zo’n procedure in zekere zin zien. Een persoon wordt met naam en toenaam genoemd op de besluitenlijst van het college van B&W van Cranendonck en is het daar niet meer eens. Het college had dit verzoek langs de lat van de Wet bescherming persoonsgegevens moeten leggen. Dit klemt te meer nu die openbaarmakingsplicht ziet op een onbegrensd aantal documenten (zie ook ABPTOP p. 13). Het ziet immers op documenten met publieke informatie. Die begrippen worden nauwelijks ingekaderd omdat het simpelweg gaat om alle informatiedragers die bij de overheid berusten.
De conclusies zijn helder: de kosten voor de uitvoering van de Woo liggen zeer veel hoger dan de kosten die de uitvoering van de Wob vergt. ABPTOP komt goed gemotiveerd tot deze conclusie en doet bovendien nog enkele voorstellen tot fundamentele wijzigingen van de wet (hoofdstuk 7). Hoewel veel valt te zeggen voor de uitkomst en de voorstellen tot wijziging – ik was zelf ook al niet onverdeeld gelukkig met de Woo en specifieke onderdelen – blijft me wel het gevoel bekruipen dat APBTOP veel praktische bezwaren opwerpt zonder de kernvraag te beantwoorden.

Die kernvraag is m.i. immers of ‘de overheid’ voldoende actief is op het terrein van het uit eigen beweging openbaar maken van informatie die onder haar berust. Hoewel die vraagt strikt genomen buiten het bestek van de opdracht ligt, is het wel dé fundamentele vraag die eerst beantwoord moet worden. Is de uitkomst dat bij veel overheden de reflex is dat er pas gedacht wordt aan openbaar maken als een verzoek wordt gedaan, dan is vervolgens de vraag of dat moet worden doorbroken. Wordt dat bevestigend beantwoord, dan moet het kader daarbij worden bedacht. M.i. is dat niet de Woo in deze vorm en ook niet de Wob in de huidige vorm. Dat is de Wob met een enkele aanpassing; een beperkte aanpassing op wetsniveau en uitgebreider op het niveau van bijvoorbeeld een beleidsregel zoals de provincie Zuid-Holland heeft vastgesteld (waar overigens ook best wat op valt aan te merken, maar dat later wellicht nog een keer).

De Woo en de juridisering en administratieve lasten

In deze column over de Wet open overheid is het tijd voor een moment van terugkijken en bezinnen. Niet in de laatste plaats omdat een deel van de columns vooral wat kritische kanttekeningen zet bij de wet en de Eerste Kamer in oktober weer verder zal gaan met de behandeling.

Die kritische kanttekeningen zijn er niet omdat uw columnist tegen transparantie is. Een nieuwe wet is immers altijd goed nieuws voor een advocaat. De wet is alleen op onderdelen niet goed doordacht of onduidelijk. Dat moet je niet willen, zeker niet als je ziet wat er nu echt verandert ten opzichte van de huidige Wet openbaarheid van bestuur en het doel wat initiatiefnemers voor ogen staan.

Met de initiatiefnemers (en nu dus ook de Tweede Kamer, de wet is daar immers al aangenomen) ben ik van mening dat bij bepaalde overheden een cultuuromslag moet plaatsvinden, zeker bij ministeries. Procedures kosten soms onnodig veel tijd en niet voor niets is de beeldvorming dat na die tijd zwarte A4-tjes de boventoon voeren. De grap van de minister-president tijdens het ‘Correspondents’ dinner’, over de redactieslag van minister Van der Steur is wat dat betreft pijnlijk illustratief. Ik geloof alleen niet zo in een cultuuromslag vanwege een wetswijziging. Daarnaast wees ik vooral op de grote impact van de Woo op de dagelijkse praktijk van overheden, verzoekers en personen en bedrijven die in documenten staan die bij de overheid berusten. Het is daarom ook maar goed dat minister Blok in een brief van 1 september jl. een impactanalyse aankondigt die eind november gereed zou moeten zijn.

Nog even kort, wellicht als geheugensteun voor ABDTOPConsult, dat de impactanalyse gaat uitvoeren, de belangrijkste punten op een rij:
Alles moet actief openbaar, in elk geval een categorie van documenten die zijn opgesomd in de wet. Is wel voldoende duidelijk om welke documenten het gaat? Is dat niet een zodanig aantal documenten (want onbegrensd in tijd, aard en onderwerp) dat het doel – controle van het bestuur – niet echt meer in beeld is?

Wat is vervolgens de impact van die toename van actieve openbaarmakingsbesluiten? Overheden moeten al die documenten inhoudelijk gaan beoordelen op betrokken belangen en belanghebbenden. Betrokkenen moeten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven en kunnen, als die zienswijze niet tot geheimhouding leidt, gedwongen worden in bezwaar te gaan en bij de bestuursrechter publicatie te voorkomen via een voorlopige voorziening.

Leidt al die actieve openbaarmaking niet juist tot meer verzoeken om openbaarmaking? Een keur aan onderwerpen wordt mooi inzichtelijk gemaakt. Op het oog valt niet alles onder de actieve openbaarmakingsplicht. Is niet juist te verwachten dat alle onderliggende stukken ook maar worden opgevraagd? En wat betekent het voor het vestigingsklimaat dat bedrijfsgeheimen minder vanzelfsprekend geheim zijn? Zo maar een aantal aspecten.

Interessant zou ook nog zijn te verkennen of alles dat wijzigt met de Woo, niet gewoon met een kleine wijziging van de Wob kan worden geregeld. Goede onderdelen zijn er immers ook. Nuttig is immers dat een besluit tot openbaar maken vanzelf wordt geschorst als een belanghebbende bezwaar heeft gemaakt en bij de rechter om een voorlopige voorziening heeft verzocht. Ook is voor de praktijk wenselijk dat – zoals de Woo ook regelt – voor bijzondere doeleinden (zoals wetenschappelijk onderzoek) informatie kan worden verstrekt zonder dat de informatie daarmee gelijk voor een ieder openbaar is.

Van der Sluis op ‘Binnenlands Bestuur’: De Woo en de juridisering en administratieve lasten

In deze zevende column over de Wet open overheid is het tijd voor een moment van terugkijken en bezinnen. Niet in de laatste plaats omdat een deel van de columns vooral wat kritische kanttekeningen zet bij de wet en de Eerste Kamer in oktober weer verder zal gaan met de behandeling.

Die kritische kanttekeningen zijn er niet omdat uw columnist tegen transparantie is. Een nieuwe wet is immers altijd goed nieuws voor een advocaat. De wet is alleen op onderdelen niet goed doordacht of onduidelijk. Dat moet je niet willen, zeker niet als je ziet wat er nu echt verandert ten opzichte van de huidige Wet openbaarheid van bestuur en het doel wat initiatiefnemers voor ogen staan.

Met de initiatiefnemers (en nu dus ook de Tweede Kamer, de wet is daar immers al aangenomen) ben ik van mening dat bij bepaalde overheden een cultuuromslag moet plaatsvinden, zeker bij ministeries. Procedures kosten soms onnodig veel tijd en niet voor niets is de beeldvorming dat na die tijd zwarte A4-tjes de boventoon voeren. De grap van de minister-president tijdens het ‘Correspondents’ dinner’, over de redactieslag van minister Van der Steur is wat dat betreft pijnlijk illustratief. Ik geloof alleen niet zo in een cultuuromslag vanwege een wetswijziging. Daarnaast wees ik vooral op de grote impact van de Woo op de dagelijkse praktijk van overheden, verzoekers en personen en bedrijven die in documenten staan die bij de overheid berusten. Het is daarom ook maar goed dat minister Blok in een brief van 1 september jl. een impactanalyse aankondigt die eind november gereed zou moeten zijn.

Nog even kort, wellicht als geheugensteun voor ABDTOPConsult, dat de impactanalyse gaat uitvoeren, de belangrijkste punten op een rij:
Alles moet actief openbaar, in elk geval een categorie van documenten die zijn opgesomd in de wet. Is wel voldoende duidelijk om welke documenten het gaat? Is dat niet een zodanig aantal documenten (want onbegrensd in tijd, aard en onderwerp) dat het doel – controle van het bestuur – niet echt meer in beeld is?

Wat is vervolgens de impact van die toename van actieve openbaarmakingsbesluiten? Overheden moeten al die documenten inhoudelijk gaan beoordelen op betrokken belangen en belanghebbenden. Betrokkenen moeten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te geven en kunnen, als die zienswijze niet tot geheimhouding leidt, gedwongen worden in bezwaar te gaan en bij de bestuursrechter publicatie te voorkomen via een voorlopige voorziening.

Leidt al die actieve openbaarmaking niet juist tot meer verzoeken om openbaarmaking? Een keur aan onderwerpen wordt mooi inzichtelijk gemaakt. Op het oog valt niet alles onder de actieve openbaarmakingsplicht. Is niet juist te verwachten dat alle onderliggende stukken ook maar worden opgevraagd? En wat betekent het voor het vestigingsklimaat dat bedrijfsgeheimen minder vanzelfsprekend geheim zijn? Zo maar een aantal aspecten.

Interessant zou ook nog zijn te verkennen of alles dat wijzigt met de Woo, niet gewoon met een kleine wijziging van de Wob kan worden geregeld. Goede onderdelen zijn er immers ook. Nuttig is immers dat een besluit tot openbaar maken vanzelf wordt geschorst als een belanghebbende bezwaar heeft gemaakt en bij de rechter om een voorlopige voorziening heeft verzocht. Ook is voor de praktijk wenselijk dat – zoals de Woo ook regelt – voor bijzondere doeleinden (zoals wetenschappelijk onderzoek) informatie kan worden verstrekt zonder dat de informatie daarmee gelijk voor een ieder openbaar is.