Update Rechtbank Midden-Nederland 24 februari 2020; Actieve openbaarmaking van boetebesluit door Ksa moeilijk tegen te houden

Speelautomaten exploiteren zonder daarvoor geen (geldige) vergunning te hebben leidt tot een boetebesluit op grond van de Wet op de kansspelen (Wok). De Kansspelautoriteit publiceert zo’n boetebesluit ook op de eigen site. Dat doen meer toezichthouders. Zo’n actieve openbaarmaking is mogelijk (op grond van artikel 8 van de Wob) maar vergt ook gewoon een belangenafweging. In dit geval waarover de Rechtbank Midden-Nederland een uitspraak doet heeft de exploitant pech en helpt zijn verzoek om een voorlopige voorziening niet om publicatie (voorlopig, in afwachting van de behandeling van zijn bezwaar tegen het boetebesluit) te voorkomen.

De voorzieningenrecht kent veel belang toe aan het informeren van het publiek door een toezichthouder, maar zegt ook al het nodige omtrent de (ontbrekende) kansrijkheid van het bezwaar tegen het boetebesluit. Dat ook geen schorsing van het boetebesluit is verzocht, zal de exploitant ook niet helpen. Zodoende wordt het boetebesluit, ondanks dat het dus nog niet in rechte vast staat (er loopt nog een bezwaarprocedure), bekend gemaakt aan het publiek.

Update Gemeente Almere 12 februari 2020; De oppositie doet een Wob-verzoek

Hoewel de Gemeentewet in de regel meer recht op meer informatie geeft voor raadsleden, komt het zo nu en dan voor dat een gemeenteraadslid de Wob gebruikt om aan informatie te komen (zie deze update). Dat kan ook, nu dat recht een ieder toekomt. Dat de hele oppositie zo’n Wob-verzoek indient, is voor zover bekend redelijk uniek. In Almere is het gebeurd, zie verder dit nieuwsbericht. Meer te weten komen over de rol van geheimhouding en openbaarheid in een politiek-bestuurlijke context, zie deze training.

Update Rechtbank Midden-Nederland 10 september 2019; Stukken zijn er niet en behoren er ook niet te zijn

De laatste tijd krijgt het onderwerp “zijn de stukken er wel of toch niet, behoren ze er te zijn en hoe toont wie aan dat ze er (niet) moeten zijn” veel aandacht (zie bijvoorbeeld deze update of beluister deze podcast).

Over de vraag of jaarrekeningen in het bezit zijn van de gemeente buigt de Rechtbank Midden-Nederland zich. Over het deel “de documenten behoren er te berusten” laat de rechtbank zich uit door concreter te maken dat dit aspect wordt ingevuld door een verplichting van de gemeente waaruit het aanwezig zijn van documenten zou moeten volgen. Daarvan is in dit geval geen sprake. De gemeente heeft op een voldoende wijze inzicht gegeven in de wijze van zoeken en de reden waarom de informatie er logischerwijs ook niet is of zou moeten zijn. Dan houdt het op voor de verzoeker.

Update Rechtbank Noord-Holland 22 januari 2020; Een Wob-besluit over het resultaat van een ander Wob-besluit

Een geheimhoudingsbeslissing van de Rechtbank Noord-Nederland geeft een met de Afdelingsrechtspraak vergelijkbaar beeld; de privacy geeft welhaast een directe rechtvaardiging voor een beroep op de gewichtige redenen van 8:29 om informatie vertrouwelijk aan de rechter over te leggen (zie bijv. ook deze update).

Bijzonder aan deze beslissing is dat het bestuursorgaan kennelijk ook de beschikking heeft over een document van een ander bestuursorgaan, maar dan enkel het resultaat van een eerder Wob-besluit. Ergo, een deels zwart gelakt document is in het bezit van de inspecteur van de Belastingdienst. Nu het zwart lakken geen handeling is geweest van de inspecteur is dus geen sprake van een verzoek om beperkte kennisneming door de rechtbank op grond van 8:29. De inspecteur kan namelijk ook niet meer overleggen dan dit deels gelakte document. Een logische redenering.

Het roept wel de vraag op of de inspecteur het verzoek niet had moeten doorzenden op grond van artikel 4 van de Wob nu hij kennis had van een bestuursorgaan dat meer informatie onder zich heeft waar verzoeken naar op zoek was. Zie ook deze stap in het stappenplan.

Update Rechtbank Amsterdam 21 januari 2020: Ook de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg is een bijzondere wet die voorgaat op de Wob

De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) geeft een specifiek beroepsgeheim voor de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Hieruit volgt dat daar waar beroepsoefenaren een geheimhoudingsplicht hebben deze ook geldt voor de inspectie.  De rechtbank vindt steun in een eerdere uitspraak van de Raad van State (zie deze update).

Verder leert de uitspraak:

  • dat simpel namen weigeren van ambtenaren niet aan de orde is. Specifieke uitleg is nodig, zeker bij namen van personen die in de openbaarheid treden
  • dat een bestuursorgaan niet geloofwaardig stelt dat alle documenten zijn betrokken als de verzoeker al kan aantonen welke documenten in elk geval ontbreken
  • dat de rechter indringend per (onderdeel van een) document beoordeelt of terecht geheimhouding is betracht
  • dat de weigeringsgrond toezicht (artikel 10 lid 2 onder d) wel erg beperkt wordt uitgelegd hier (er was geen toezicht dus kan deze weigeringsgrond niet worden ingeroepen!?)

Update Raad van State 5 februari 2020; Toevoegingenbeleid, inkomensgegevens advocaten (o.a. te halen uit aantal uren) raakt de persoonlijke levenssfeer

In deze uitspraak maakt de Raad van State duidelijk dat inkomensgegevens van advocaten – of informatie als namen en advocaatnummers die tot de inkomensgegevens kunnen leiden – geheim moeten blijven vanwege de persoonlijke levenssfeer van die advocaten.

Ook wordt duidelijk dat een schriftelijke ronde na een tussenuitspraak met een nieuw besluit tot gevolg kan volstaan. Een echte zitting is dan niet vanzelfsprekend nodig.

Update Tweede Kamer 3 februari 2020; Minder, minder. Hoe zoekt een bestuursorgaan naar documenten of laat het zoeken door een extern onderzoeksbureau?

In eerdere berichten – zoals enkele updates en annotaties en een podcast – is al ingegaan op het al dan niet door een externe laten onderzoeken of documenten berusten bij een bestuursorgaan.

Dit document, zoals recent toegezonden aan de Tweede Kamer – dat samenhangt met een Wob-procedure naar de documenten bij het Ministerie van Justitie en Veiligheid over de beslissing om Wilders strafrechtelijk te vervolgen vanwege de ‘minder Marokkanen’-uitspraak (zie ook hierover deze updates I en II) – laat zien hoe zo’n onderzoek naar documenten er dan uit kan zien.

Het begint bij het afbakenen van het aantal betrokken onderdelen van een ministerie en de betrokken personen. Vervolgens worden de zoekplaatsen in beeld gebracht (feitelijk en digitaal) en worden de zoektermen bepaald. Het vervolg geeft een mooi inkijkje in de wijze van archiveren en documenteren binnen een ministerie.

Update Rechtbank Den Haag 21 januari 2020; Over de Wob in strafrechtelijke context, rechtshulpverzoeken, ambtsberichten en burgerbrieven

In november volgt de cursus bij BijzonderStrafrecht.nl pas, maar hier toch alvast een update in het kader van de Wob in een strafrechtelijke context. Dit naar aanleiding van een interessante uitspraak in een reeks van drie van de Rechtbank Den Haag. Uit deze uitspra(a)k(en) kan o.a. worden opgemaakt dat:

  • de betrekkingen met andere landen maken dat (correspondentie over) rechtshulpverzoeken geheim mogen blijven;
  • het belang van opsporing en vervolging ook zwaarder kan wegen dan het belang van openbaarheid als de strafzaak nog feitelijk moet beginnen en het strafdossier nog wordt aangevuld. Bovendien delen ook feitelijke gegevens bij verwevenheid in het lot dat leidt tot niet openbaarmaking;
  • burgerbrieven kennelijk met een beroep op onevenredige benadeling geheim mogen blijven (ook interessant voor andere bestuursorganen buiten het strafrecht werkzaam).
  • dit geldt ook voor ambtsberichten (tussen OM en ministerie);
  • artikel 365 Sv geeft een bijzondere regeling die voorgaat op de Wob. Dat geldt vanaf het moment van uitbrengen van de dagvaarding aan de verdachte. En ook zonder nieuwe dagvaarding maar louter een vervolgingsbeslissing door de OvJ maakt 365 Sv van toepassing
  • deze uitspraak in de reeks van drie stelt ook dat voor het opvragen van stukken uit het strafdossier door de verdacht artikel 30 Sv een bijzondere regeling kent zodat een Wob-verzoek naar die stukken niet kan slagen.

Een verdachte doet er dus kennelijk goed aan niet zo snel naar de Wob te grijpen…

Update Raad van State 29 januari 2020; Vernietiging obv de Archiefwet ondersteunt de geloofwaardige mededeling: de documenten zijn er niet!

Vorige week twee uitspraken besproken in een podcast over dit onderwerp en ook deze week is het actueel: documenten zijn er niet of toch wel? Wie toont wat aan? Het gaat om de geloofwaardige mededeling over het wel of niet bestaan van documenten. In het geval zoals besproken in deze uitspraak van de Raad van State is onder meer voldoende dat documenten na acht jaar volgens de Archiefwet mogen worden vernietigd. Dan is de Wob-discussie een gelopen koers.

Update Raad van State 29 januari 2020; Wob-verzoek t.b.v. een andere procedure, niet snel misbruik

Het beeld is ontstaan dat het doen van een Wob-verzoek tijdens of ten behoeve van een andere procedure al snel leidt tot misbruik van de Wob. Vandaag maakt de Raad van State in deze uitspraak duidelijk dat dit minder snel aan de orde is dan wat men zou kunnen denken naar aanleiding van eerdere uitspraken. De uitspraak maakt duidelijk dat mogelijk sprake is van misbruik van de Wob in de volgende gevallen:

  • iets anders dan openbaarmaking voor een ieder is beoogd.
  • een redelijk doel ontbreekt.
  • het gebruiken van de Wob voor een andere procedure.

Dit laatste is kennelijk alleen aan de orde bij bijzondere omstandigheden.

Wat die bijzondere omstandigheden kunnen zijn wordt hier niet duidelijk. Er is simpelweg geen sprake van in dit geval, aldus de Raad van State. De rechtspraak geeft wel wat voorbeelden zoals de misbruikende oud-ambtenaar waarbij hoeveelheid verzoeken, dubbele verzoeken en het evidente doel om een schadevergoeding te verkrijgen relevante aspecten waren. Zo blijft het toch iedere keer weer zoeken voor de behandelaar van Wob-verzoeken.