Dit is de categorie voor uitspraken, voor de pagina Jurisprudentie

Tweede Kamer 11 januari 2020; De toeslagenaffaire als aanleiding voor het upgraden van het Adviescollege

Zoals dit weekend al gemeld, morgen wordt de behandeling van het wijzigingswetsvoorstel Wet open overheid weer opgepakt. Beoogde moment van start van de behandeling is 15:45 uur (we doen weer een poging via Twitter live verslag te doen).

Buiten enkele amendementen die o.a. aan bod zullen komen, komen ook de initiatiefnemers nog met een majeure wijziging; de eerder gesneuvelde Informatiecommissaris wordt weer opgevoerd – in een ander jasje – als entiteit die kritisch moet gaan volgen of in voorkomende gevallen de Woo wel goed wordt nageleefd (zie bericht NOS). Een ander jasje want het al aangekondigde Adviescollege (zie artikel 6.3) krijgt een serieuze upgrade. Hier is de (tweede) Nota van wijziging te vinden. Duidelijk wordt gemaakt dat bepaalde personen (met beroepsmatig belang bij openbaarheid – de ene verzoeker is de andere niet kennelijk (net zoals dat volgt uit de artikelen 5.5, 5.6 en 5.7) een klacht kunnen indienen bij het al opgevoerde Adviescollege. Dat wordt permanent van karakter.

Zie over de commissaris eerder dit artikel (in de inleiding). Overigens was deze functie nog niet helemaal van het toneel verdwenen. Bij de evaluatie zou aandacht besteed moeten worden aan de al dan niet bestaande noodzaak voor zo’n Informatiecommissaris (zie de evaluatiebepaling in de Woo). Die bepaling wordt niet verwijderd of aangepast met de Nota van wijziging. Sowieso moet de toegevoegde waarde – naasr bezwaar, beroep en de Ombudsman – van zo’n commissaris worden betwijfeld.

Tweede Kamer 8 januari 2021; De behandeling van de Wet open overheid gaat doorrrr….

Een aantal keer uitgesteld maar de behandeling van het wijzigingswetsvoorstel Wet open overheid – eerste termijn was al in oktober 2020 – vindt nu toch echt komende week plaats, en wel op dinsdag 12 januari aldus de agenda! Tijd genoeg om een en ander mee te kunnen nemen bij de eerstvolgende editie van de Praktijkgerichte training Wet open overheid op 4 februari. Hiervoor zijn nog 7 plekken beschikbaar.

Rechtbank Amsterdam 10 december 2020; concreet stellen dat er meer is, kan slagen

In de whitepaper naar aanleiding van de vervolguitspraak over WhatsApp-berichten (zie deze update) gaat uitgebreid in op het bewaren, zoeken en alsnog achterhalen van documenten waaronder WhatsApp-berichten. Deze uitspraak van de Rechtbank Amsterdam laat goed zien hoe secuur een verzoek moet worden gelezen en hoe een verzoeker de mededeling van het bestuursorgaan – dat er meer documenten zouden moeten zijn – ongeloofwaardig kan maken.

Rechtbank Midden-Nederland 29 december 2020; Indringende beoordeling door de rechtbank over de Stint-documenten

781 documenten vallen onder het bereik van het Wob-verzoek van RTL Nieuws. Dat verzoek mag niet later nog worden verbreed. Dan moet RTL maar een nieuw Wob-verzoek doen aldus (onder 5) de Rechtbank Midden-Nederland met deze uitspraak.

Ook meent de rechtbank dat het niet opnieuw noemen van onevenredige benadeling als weigeringsgrond in de beslissing op bezwaar (bob) niet betekent dat die weigeringsgrond is komen te vervallen. In de bob is immers wel gesteld dat het primaire besluit is gehandhaafd onder aanvulling van de motivering (zie onder 12). Tip voor de praktijk is om toch ook in de bob expliciet alle weigeringsgronden te blijven benoemen. De Raad van State heeft zich immers nog wel eens kritischer getoond (zie deze uitspraak).

Verder laat de uitspraak vooral zien hoe indringend de rechtbank in een Wob-procedure kan beoordelen. Van 5 documenten wordt immers gesteld dat het belang van toezicht niet aan de orde is (onder 14). En over intern beraad toont ze zich zeer kritisch over zo’n 135 documenten! Daar zou geen sprake zijn van te beschermen persoonlijke beleidsopvattingen (15 e.v.). Dat is anders voor concepten van uiteindelijk openbare documenten (zoals kamerbrieven e.d.). Daarbij volgt de rechtbank de vaste lijn dat concepten, daar waar ze afwijken van de openbare versie, geheim kunnen blijven wegens artikel 11.

Tot slot nog interessant dat de ontvangen burgerbrieven natuurlijk niet geweigerd kunnen worden met een beroep op intern beraad (zie 21), maar dat van een weigering ook geen sprake is door het geven van een samenvatting. Veelal wordt een samenvatting niet geaccepteerd omdat dan toch informatie geweigerd zou worden (wat inherent is aan een samenvatting), nu kan het de rechterlijke toets dus wel doorstaan. Overigens is ook rechtspraak bekend dat burgerbrieven integraal geweigerd kunnen worden wegens onevenredige benadeling (zie deze update).

Raad van State 23 december 2020; Eerder kunnen ‘Wobben’, dus geen recht op herziening?

Geluid en Schiphol, een combinatie die al jaren voer voor discussie en procedures is. Die lange duur van de aandacht voor dit thema nekt de verzoeker om een herziening van een uitspraak in deze uitspraak van de Raad van State. Want, zo is het oordeel van de Raad van State, is herziening van een eerdere uitspraak een bijzonder rechtsmiddel en is honorering van zo’n verzoek eerder uitzondering dan regel.

Deze uitspraak laat zien dat dit gegeven (uitzondering!) nog meer opgaat dan wellicht eerder gedacht. Want de verzoekers baseerden hun verzoek om een document dat zij pas na een Wob-verzoek hadden ontvangen. Dat gebeurde pas ná de uitspraak waarop het herzieningsverzoek zag. Het document betrof een document ‘Geluid luchtverkeer’ van november 1993. De afwijzing van het verzoek baseert de Raad van State op het gegeven dat over het onderwerp al lang wordt geprocedeerd en gediscussieerd. En dus vindt de Raad van State dat de verzoekers zich wel eerder bekend hadden moeten maken – dus eerder moeten Wobben – met dit document.

Niet zelden zal een aanleiding voor een herzieningsverzoek zijn gelegen in een feit of omstandigheid die valt op te maken uit informatie die berust bij de overheid. Voor dergelijke gevallen kan deze uitspraak een gevaarlijk precedent blijken te zijn. De verzoeker had immers al eerder kunnen ‘Wobben’ (tenzij het document natuurlijk pas van latere datum, dan die van de uitspraak die herzien zou moeten worden, is)

 

Gerechtshof Amsterdam 17 oktober 2019; Geheimhouding (8:29) van namen van ambtenaren

Ook het belastingrecht laat zich goeddeels door het bestuursprocesrecht reguleren, en dus is het vraagstuk omtrent geheimhouding van processtukken (8:29 Awb) ook daar relevant. In een tussenuitspraak van het Gerechtshof Amsterdam komt dit onderwerp aan bod. Hieruit volgt onder meer dat het Gerechtshof niet uitgaat van gewichtige redenen (met een beroep op de bescherming van de persoonlijke levenssfeer) bij ambtenaren met een mandaat (zie onder 3.3) (en dat buitenlandse CLO ambtenaren niet gelijk te schakelen zijn met gemandateerde ambtenaren).

Via de routing van de AVG ligt vervolgens de vraag voor in hoeverre de namen van ambtenaren beschermd moeten worden. In de afweging van belangen – moeten alle procespartijen inzicht hebben in alle processtukken of is sprake van een gewichtige reden (bescherming van de levenssfeer van de betrokken ambtenaren) – gaat het hof vervolgens in op de motieven van de procespartij bij het verkrijgen van de namen. Dat is niet enkel ingegeven door het kunnen oproepen als getuigen, maar ook om te kunnen achterhalen de namen van andere (controlerende) ambtenaren. Da laatste maakt voor het hof, dat de privacy van de CLO-ambtenaren aanzienlijk zwaarder weegt. Bovendien acht het hof niet uitgesloten dat ook andere wegen bewandeld kunnen worden om de informatie te achterhalen.

Hier breekt appellant dus op dat hij misschien wat te eerlijk is geweest over zijn primaire maar ook secundaire motief. Voor een ieder die met deze materie te maken heeft (binnen of buiten het belastingrecht) een wijze les om goed over het motief na te denken en te communiceren c.q. daarop door te vragen. Het kan doorslaggevend zijn bij de vraag of processtukken (gedeeltelijk) geheim blijven of niet.

Raad van State 14 december 2020; Intern beraad rechtvaardigt geheimhouding processtuk (8:29)

Het jaar 2020 laat zich (ook) kenmerken door een verdergaande ontwikkeling van het thema ‘inbrengen van processtukken in het bestuursrecht’. 8:29 is dan ook zeker onderwerp van het kwartaalwebinar op 7 januari 2021! Niet in de laatste plaats vanwege de overzichtsuitspraak van juni 2020 (zie: update, annotatie en podcast). Eerder werd al duidelijk dat ook interne documenten (zoals e-mails) van het bestuursorgaan processtukken kunnen zijn waarover een 8:29-discussie kan worden gevoerd.

Een recente beslissing van de geheimhoudingskamer maakt duidelijk dat zo’n intern document al snel vertrouwelijk kan worden ingebracht. De stelling wordt gevolgd dat artikel 11, eerste lid, van de Wob dwingt tot een vertrouwelijke behandeling van deze stukken, omdat deze bestemd zijn voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. De betrokkenen moeten het bestuur in vrijheid kunnen adviseren. Die advisering mondt uiteindelijk uit in een besluit, dat is bekend en dat wordt aangevochten in de bodemprocedure. Er is (dus) geen reden om het intern beraad ook bekend te laten worden voor de appellant.

Enkele opmerkingen hierbij:

  • een intern beraad-stuk is dus al snel rijp voor een 8:29 Awb verzoek;
  • beoordeling per zelfstandig onderdeel van het document is niet (kenbaar) verplicht;
  • het bestuursorgaan hoeft niet eens te kijken naar de optie van lid 2 (anoniem inbrengen). Het is al vaste praktijk bij Wob-besluiten dat hier geen toepassing aan wordt gegeven (zie deze update en dit amendement om de Woo hierop nog aan te passen), maar bij  8:29-verzoeken hoeft het geeneens te worden bezien of dit een optie is;
  • bekendheid met het uiteindelijke besluit rechtvaardigt het oordeel tot beperkte kennisneming (zie ook deze uitspraak). Maar zijn de standpunten van het bestuursorgaan nu niet juist nog beter te volgen als de gedachtenvorming die daaraan vooraf gaat bekend wordt?!

Tweede Kamer 11 december 2020; Behandeling Wet open overheid weer in week 2 van 2021

De agenda van vorige week is ongewijzigd voor de voortzetting van de behandeling van het wijzigingswetsvoorstel Wet open overheid. Die vindt plaats op 12, 13 of 14 januari a.s. Waarschijnlijk dus even het laatste bericht over de Wet open overheid voor dit jaar.

Raad van State 3 december 2020; Geheimhouding 8:29 op processtukken bij een Wob-procedure, geen vanzelfsprekendheid

Het opleggen van geheimhouding op stukken in een procedure via 8:29 Awb is regelmatig onderwerp van een blog of een update. In de overzichtsuitspraak van de Raad van State (zie update en annotatie) is duidelijk gemaakt dat geheimhouding aan de orde is bij de Wob-stukken die onderwerp van geschil zijn (zie bijvoorbeeld deze update). Ook kan sprake zijn van gewichtige redenen (en dus gerechtvaardigde geheimhouding) bij processtukken over de Wob-stukken (bijvoorbeeld een eerdere zienswijze van de derde-belanghebbende).

Dit is, zo laat een recente 8:29 beslissing van de Raad van State goed zien, geen vanzelfsprekendheid. Hoewel in een processtuk wel wordt ingegaan op de Wob-stukken en waarom de minister wel of niet meegaat in de gedachte van de derde-belanghebbende, is dit zodanig kort en in algemene bewoordingen, dat de Raad van State in dit geval niet inziet dat de Wob-verzoeker inzicht zou krijgen in de informatie die onder het Wob-verzoek valt (en dus nog onderwerp van geschil is). Hierbij speelt ook een rol dat deze informatie, in iets andere vorm, ook al onderdeel uitmaakte van het Wob-besluit.

Kennelijk is de oorspronkelijke Wob-verzoeker ook nog partij in hoger beroep. Was dit niet het geval, dan was het verzoek om beperkte kennisneming sowieso al afgewezen (zie over deze situatie deze update).

Raad van State 9 december 2020; Erkennen dat er meer is, verplicht tot opnieuw besluiten

De facturen e.d. voor inhuurkrachten die de afhandeling van vele Wob-verzoeken van verzoeker moet verzorgen is ook een bestuurlijke aangelegenheid. De erkenning tijdens de zitting bij de Raad van State (in hoger beroep dus!) dat er toch echt meer gevonden is na beter zoeken, leidt tot de conclusie van een geslaagd hoger beroep. En dus volgt de opdracht om opnieuw op het eerdere bezwaar te beslissen.