Dit is de categorie voor uitspraken, voor de pagina Jurisprudentie

Update Raad van State 2 oktober 2020; PAS-meldingen, locatiegegevens wel of niet openbaar?

De Rechtbank Noord-Nederland merkte de locatiegegevens in PAS-meldingen aan als emissiegegevens en vond dus dat de persoonlijke levenssfeer niet aan de orde kon zijn (zie eerder al deze update). Op 2 oktober jl. was de zitting bij de Raad van State. Uit berichten (zie hier van RTV Drenthe) over die zitting valt op te maken dat de vraag of sprake is van emissiegegevens niet meer voorligt (nog best een voor discussie vatbaar punt, zo stelde ik in mijn update). De pregnante vraag die voorligt is nu zo lijkt het of een gerechtvaardigd beroep kan worden gedaan op de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. De praktijk heeft baat bij een (eerste) toepassing en beoordeling daarvan, van deze aanvullende weigeringsgrond voor milieu-informatie.

Update Tweede Kamer 17 september 2020; Over de Wob als ondergrens bij informatievoorziening aan de Kamer

En zo werd buiten al het ‘corona-geweld’ ook de Wob nog een thema bij de Algemene Politieke Beschouwingen (zoek even op Wob, in dit kamerstuk). Het ging weer over de soms wat ongelukkige samenloop van de afhandeling van Wob-verzoeken en de informatievoorziening aan het parlement. Die laatste voelt zich nogal eens achtergesteld omdat de Wob soms tot meer informatie lijkt te leiden dat de rechten van een parlementariër op grond van de Grondwet.

Een en ander mede naar aanleiding van het ongevraagde advies van de Raad van State (zie deze update). Daar komt kennelijk nog een reactie op vanuit het kabinet. De premier maakt verder maar weer duidelijk dat de Wob echt een ondergrens vormt voor wat de Kamer krijgt op grond van de Grondwet. Bovendien maakt hij duidelijk dat het kennelijk een streven is van het kabinet om bij iedere afhandeling van een Wob-verzoek – in politiek gevoelige dossiers vermoed ik zo vooral – ook te overwegen om die informatie toe te zenden aan de Kamer. Dat voorkomt discussies in de Kamer. Maar of de Kamer nu echt blij moet zijn met alle informatie die via de Wob is ontsloten heb ik eerder al mijn vraagtekens bij de geplaatst (zie de column voor Binnenlands Bestuur).

Update Rechtbank Rotterdam 4 september 2020; Over de Wob procederen maar dat vooral in alle vertrouwelijkheid willen doen (8:29 beslissing)

Terwijl de Wob uitgaat van het algemeen belang van openbaarheid en vooral dat belang voorop stelt, komt het nog wel eens voor dat de verzoeker om informatie enige geheimhouding over zijn persoon zou willen laten bestaan. Evenzo wil het nog wel eens dat een verzoek gaat over openbaarheid van informatie over meerdere belanghebbenden die graag geheim willen houden dat nu precies zij tegen een besluit tot openbaarmaking opkomen. Een geval waar de geheimhoudingskamer van de Rechtbank Rotterdam zich over moet buigen, over informatie waarbij producenten van geneesmiddelen belanghebbenden zijn, geeft een aardig inkijkje in deze materie.

Nu het Wob-verzoek mede ziet op de naam van de producent, is het gerechtvaardigd dat deze partij in dezen ook anoniem procedeert. Dat gegeven past in de jurisprudentielijn dat een beroep op 8:29 al snel gerechtvaardigd is bij Wob-stukken (zie deze update). Ook informatie die met de inhoud van de Wob-stukken nauw verweven is (zoals processtukken) deelt al snel in dat lot (zie deze update).

Dat maakt alleen niet dat ook de processtukken in de procedure vanzelf ook deels geheim kunnen blijven. Zo is het ingediende Wob-verzoek ten onrechte overgelegd zonder de persoonsgegevens van de verzoeker, aldus de rechtbank. Die uitkomst is geen vanzelfsprekendheid overigens. Zo leerde een uitspraak van de Raad van State dat specifieke omstandigheden (de fysieke of mentale gezondheid van de Wob-verzoeker) maakten dat de Wob-verzoeker wel anoniem mocht blijven (zie deze update). Hoe ook, in het geval van de producent van geneesmiddelen komt deze wel achter de identiteit van de Wob-verzoeker.

Update Raad van State 30 september 2020; De Wob, Auteurswet, Databankenwet en de registratie van geneesmiddelen

Het College ter beoordeling van geneesmiddelen wordt met enige regelmaat benaderd via de Wob en niet zelden door concurrenten. Veelal gaat het om informatie in een registratiedossier van een geneesmiddel. De spanning met Europese regelgeving omtrent vertrouwelijkheid van dergelijke informatie en überhaupt de bedrijfsvertrouwelijke aard van de informatie dringt zich al snel op. De Raad van State kraakt enkele heldere noten in dat verband (die ook in breder perspectief relevant zijn):

  • De werking van de Auteurswet: de Wob beperkt de beperking van de Auteurswet. Wel kan het gegeven dat ergens auteursrecht op rust maken dat in Wob-verband eerder tot een weigering moet worden overgegaan. Dat is echter geen gegeven en behoeft motivering in de sleutel van de onevenredige benadeling;
  • De werking van de Databankenwet: in dit geval is geen sprake van een databank zodat er ook geen bescherming geldt voor de informatie hier aan de orde;
  • De werking van de TRIPs-overeenkomst: deze internationale overeenkomst ter bescherming van intellectueel eigendom geeft geen verplichting tot vertrouwelijkheid, maar laat dit uitwerken door andere regelingen zoals de Wob. Te denken valt aan de bescherming van bedrijfs- en fabricagegegevens en onevenredige benadeling.
  • Onevenredige benadeling: met een vaste beoordelingswerkwijze kan ook rekening worden gehouden met de investeringen van een partij om tot een aanvraag (registratie in dit kader) te komen. Het maximale nadeel (in dit geval EUR 180.000,–) acht de Raad van State kennelijk te beperkt, mede in het licht van investeringen die concurrenten met deze informatie toch nog moeten doen (kijken of het nog actueel is e.d.) en omdat het deels is gebaseerd op openbare informatie.

 

Update VNG 28 september 2020; Archivering van sms- en WhatsApp-berichten

Het jaar 2019 ging vooral in Wob-verband de boeken in als het jaar dat duidelijk werd dat sms- en WhatsApp-berichten als documenten zijn aan te merken en dus onder de Wob vallen. Vele berichten (zie bijv. het blog “Eerste Hulp na de ‘WatsApp-uitspraak'” en dit blog over “Oplossingsrichtingen voor de praktijk na de WhatsApp-uitspraak”) en trainingen verder blijkt dat de praktijk van de Wob-afhandelaar er redelijk mee over weg kan. Appjes zijn al snel onderdeel van Wob-besluitvorming, zo leert ook de recente ophef rondom het app-verkeer tussen oud-minister Halbe Zijlstra en een hoge ambtenaar van Rijkswaterstaat over granuliet.

Probleem is en blijft met regelmaat op welke wijze gezocht moet worden naar deze berichten en daarvoor de vraag op welke wijze deze documenten ook goed beschikbaar zijn en blijven.

De VNG is dan ook recent gekomen met een Handreiking ‘Archivering tekstberichten, zoals sms- en WhatsApp-berichten’ (zie hier voor het pdf-bestand). Veel aspecten verkenden wij al in de al genoemde blogs. Erkend wordt dat dergelijke berichtenservices niet altijd handig zijn om te gebruiken maar ook dat zij, vanwege de populariteit niet zjin weg te denken. Vooraf kritisch nadenken over het gebruik o.a. in de vorm van een risicoafweging en het mitigeren van mogelijke risico’s (van integriteit en veiligheid). Werkprotocollen en richtlijnen moeten worden opgesteld. En uiteindelijk ligt veel verantwoordelijkheid – juist ook vanwege de uitdagingen rondom vaststellen en exporteren van data – bij medewerkers zelf, zeker waar het gaat om het veiligstellen en archiveren.

 

Update Raad van State 23 september 2020; Welke documenten worden wel en niet verstrekt en hoe wordt gezocht naar e-mails?

Een uitspraak van de Raad van State met enkele interessante wenken voor de praktijk.

De Raad van State bevestigt de al langer bestaande lijn (zie bijv. deze recente update nog) dat een besluit over heel veel documenten toch moet worden afgedaan op een manier waardoor duidelijk is wel documenten er zijn en welke wel of niet worden verstrekt. Een inventarislijst is handig, maar nog altijd geen verplichting.

Over de wijze van zoeken naar (elektronische) berichten, wordt duidelijk dat in een besluit in elk geval duidelijk moet worden gemaakt op welke wijze het onderzoek naar documenten is uitgevoerd (zie eerder ook al deze update). Het bestuursorgaan doet er goed aan vast te leggen een lijst waarin alle personen staan vermeld die in het onderzoek zijn benaderd, alsmede de namen van deze personen evenals hun functie toen en nu. Het onderzoek moet inhouden het verzoek de postvakken (bij e-mails) ‘ontvangen berichten’, ‘verzonden berichten’ en ‘verwijderde berichten’ in de mailbox te controleren.

Update Rechtbank Amsterdam 3 september 2020; Geen Covid-19, maar anderszins reden voor 8 weken om alsnog te beslissen

Eerder vond de Rechtbank Zeeland-West-Brabant o.a. in de impact van Covid-19 nog een aanleiding om meer dan de gebruikelijke twee weken te ‘gunnen’ aan het bestuursorgaan om alsnog tot besluitvorming in een Wob-procedure over te gaan. Daar werd het vier weken.

In een geval waarover de Rechtbank Amsterdam zich moest buigen, wordt LNV zelfs acht weken gegund. Het coronavirus wordt niet in stelling gebracht. LNV zegt niet meer dan dat de verzochte documenten nog worden verzameld en geïnventariseerd, zienswijzen moeten worden ingewonnen en beoordeeld en dus dat een concrete datum qua besluitvorming nog niet kan worden gegeven. Het blijft bijzonder op welke wijze sommige bestuursorganen toch ogenschijnlijk zonder blikken en blozen wettelijke termijnen kunnen ‘negeren’.

Hoe ook, de rechtbank heeft er geen oog voor, maar geeft (bijzonder genoeg) vervolgens wel acht (!) weken om tot besluitvorming over te gaan. Het dubbele aantal dus van de eerste termijn voor Wob-verzoeken (zonder verdaging). Vier keer zo veel dan het wettelijke uitgangspunt (na een gegrond beroep niet-tijdig beslissen). De overweging zou de lezer het gevoel kunnen geven dat LNV daarmee serieus wordt aangepakt. Maar na een doorlooptijd van al zes maanden dan nog eens acht weken krijgen, lijkt meer als een cadeautje.

Update Rechtbank Noord-Nederland 28 augustus 2020; De querulant en Wob-misbruik

Elke gemeente heeft er minstens één, de inwoner die de bestuursrechtelijke wegen van klachten, verzoeken om handhaving en verzoeken om openbaarheid goed weet te vinden. Zo ook de gemeente Meppel. De Rechtbank Noord-Nederland komt in deze uitspraak tot de slotsom dat de gemeente ten onrechte stelt dat sprake is van misbruik van de Wob. Aantal verzoeken, omvang ervan, doel (voor procedures) en een context van irritatie en frustratie geven onvoldoende aanleiding aldus de rechtbank.  Zoals al vaker opgemerkt, het blijft oppassen met het spelen van de ‘misbruik-kaart’ al kan deze casus in hoger beroep zo maar een andere kant opvallen…

Update Rechtbank Den Haag 29 juli 2020; Blijven zoeken, goed motiveren en vooral niet met een witte stift lakken

Een interessante uitspraak van de Rechtbank Den Haag met een keur aan Wob-thema’s:

  • Het archiefonderzoek is eigenlijk nooit klaar bij de behandeling van een Wob-verzoek
  • Komen meer documenten naar boven en worden die deels verstrekt dan is een inmiddels ingesteld beroep gegrond. Een goed (aanvullend) besluit en verweerschrift kan het besluit alsnog ‘redden’
  • De stelling dat er echt niet meer is moet dan wel geloofwaardig zijn. Dat is in dit geval bij het COA niet aan de orde. Zowel door wat de verzoeker stelt als ook wat de rechtbank – zeer actief – beredeneerd
  • De Wob ziet niet op openbare informatie, maar is daarvan sprake bij bodemonderzoeken die op een niet meer actieve internetpagina zouden hebben gestaan? (vgl. deze uitspraak van de Raad van State)
  • Vervolgens kan natuurlijk niet worden volstaan met een motivering dat uit de context van de documenten wel ongeveer zal blijken welke weigeringsgrond waar is toegepast!
  • En dat zeker niet als met een ‘witte stift’ is gelakt. Gebruik vooral dus een kleur of het duidelijke zwart!
  • Bedragen die overeen zijn gekomen voor het onderhoud van klimaatsystemen mogen worden gelakt. Wegens het financiële belang van het COA (vanwege artikel 10, lid 2, onder b) als ook vanwege de onevenredige benadeling van de private contractspartij (10, lid 2, onder g)
  • E-mail extensies moeten worden verstrekt
  • Bedragen die zien op het onderhoud van (inpandige) klimaatsystemen en persoonsgegevens zijn geen milieu-informatie

Update Rechtbank Midden-Nederland 9 september 2020; Viruswaarheid en de weg via 843a Rv naar overheidsinformatie

In een uitgebreidere blog is al eerder ingegaan op de verschillende wegen van toegang tot overheidsinformatie. Naast de Wob biedt in voorkomende gevallen ook ‘Rechtsvordering’ een ingang. In een uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland wordt die weg bewandeld – zonder succes – door Viruswaarheid. Dit alles teneinde voor een nog te starten bodemprocedure over de rechtmatigheid van de maatregelen in verband met de uitbraak van het coronavirus (COVID-19).

Gevraagd wordt om inzage in en afschrift van de volgende stukken:

  • de rapporten van het Pienter Corona-onderzoek
  • evaluatie/validatierapporten PCR-testen
  • gebruikte modellen en aannames
  • onderbouwing schattingen voorkomen IC- en ziekenhuisopnames
  • gespreksverslagen/notulen van bijeenkomsten van het Outbreak Management Team (OMT)
  • onderbouwing 1,5 meter
  • protocollen autopsies.

De uitspraak leert dat het RIVM dagvaarden geen zin heeft. Dat is namelijk geen natuurlijk persoon en heeft ook geen rechtspersoonlijkheid.

Jegens de staat heeft Viruswaarheid vervolgens niet alle vereisten kunnen afvinken die gelden bij een gerechtvaardigde vordering op grond van 843a, aldus de rechtbank. Die vereisten zijn:

1. de eiser moet een rechtmatig belang hebben bij de gevorderde bescheiden (hierna: stukken),

2. de gevorderde stukken moeten voldoende bepaald zijn,

3. de gevorderde stukken moeten betrekking hebben op een rechtsbetrekking waarbij eiser of zijn rechtsvoorganger partij is,

4. de aangesproken partij moet de gevorderde stukken daadwerkelijk tot haar beschikking hebben.

Hierbij betrekt de rechtbank dat al veel informatie openbaar is en men bovendien al een procedure over vermeende onrechtmatigheid met betrekking tot de coronamaatregelen had doorlopen. Geen rechtmatig belang dus. Een zet na wordt ook nog gegeven door, al zou er een rechtmatig belang zijn, ook dan de informatie nog niet zou worden gevorderd. Onduidelijk is wat men nu precies wil (modellen,aannames, onderbouwing van IC- en ziekenhuisopnames), welk document men nu precies wil (onderbouwing 1,5 meter), documenten niet bij de Staat berusten (Pienter Corona-onderzoek, documenten inzake PCR-testen, protocollen autopsies) en verslagen van de OMT-bijeenkomsten wegens gewichtige redenen vertrouwelijk moeten blijven. In da kader is interessant dat de rechtbank daarin mede een grondslag vindt in de redenering die ook volgt uit artikel 11 van de Wob (intern beraad). Al is de werking in het kader van 843a Rv wel wat meer rigide dan bij de toepassing van artikel 11 Wob want tot anonimiseren of het alleen beschermen van de persoonlijke beleidsopvattingen is er in dit geval niet bij.