Dit is de categorie voor uitspraken, voor de pagina Jurisprudentie

Update Rechtbank Rotterdam 24 maart 2020; Havenbedrijf valt niet onder de Wob

Maakt de Rechtbank Amsterdam er eerder nog “geen bestuurlijke aangelegenheid” van. De Rechtbank Rotterdam stelt het juister zou ik menen. Een Havenbedrijf is ondanks aandeelhouderschap van een gemeente niet onderhevig aan de Wob. Vaste lijn, ontbreken van zeggenschap en gezagsrelatie maakt dat geen sprake is van een bedrijf “onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan” (zoals opgenomen in artikel 3, eerste lid, van de Wob).

Update Rechtbank Zeeland-West-Brabant 24 maart 2020; Samenvoeging van openbare informatie, toch onderhevig aan de Wob?

De Wob ziet alleen op niet openbare informatie. Is informatie al openbaar dan is een verzoek naar die informatie geen Wob-verzoek. De stelling van de gemeente Breda, dat een lijst met onroerende zaken op naam van de verzoeker inclusief kadastrale gegevens niet onderhevig is aan de Wob (want al openbaar via het Kadaster), is dan ook niet vreemd.

De rechtbank meent evenwel in deze uitspraak dat vanwege het feit dat deze lijst door het college is samengesteld en het niet beperkt is tot enkel kadastrale gegevens, de Wob wel degelijke van toepassing is op dit document.

Nu per onderdeel van een document moet worden beoordeeld, zou de nuance nog aangebracht kunnen of moeten worden dat de Wob enkel ziet op de niet kadastrale gegevens. Zover wilde de rechtbank kennelijk niet gaan. Wellicht dat dit te maken heeft met de inhoud van het document zelf.

Update Rechtbank Noord-Holland 25 maart 2020; Integraal weigeren is niet ok. Bedrijfsvertrouwelijke informatie mag ondanks milieu-informatie geheim blijven

De Stichting Bloembollenkeuringsdienst heeft nogal eens te maken met Wob-verzoeken (zie bijv. deze update). In deze uitspraak maakt de rechtbank een aantal dingen duidelijk.

Zo mag een bestuursorgaan niet volstaan met het integraal weigeren van een verzoek. Een inventarislijst is niet vereist (zie ook deze update), maar wel duidelijk moet zijn op welke documenten het verzoek ziet en welke (type) documenten of onderdelen daarvan waarom worden geweigerd.

Verder is duidelijk dat informatie over de bloembollenkeuringen milieu-informatie betreft. Dat bleek al uit een eerdere uitspraak eind vorig jaar van de Raad van State. Het gaat ook om bedrijfsvertrouwelijke informatie en dus is de weigeringsgrond die dergelijke informatie wil beschermen (artikel 10, lid 1 onder c) niet absoluut maar relatief. Kortom, een motivering waarom het belang van bescherming van die informatie (geheimhouding) zwaarder weegt dan het belang van openbaarheid moet worden gegeven. Onder verwijzing naar die uitspraak van de Raad van State oordeelt de rechtbank dat die bescherming zwaarder moet wegen. Geheimhouding is dus aan de orde.

Update Minister BZK 27 maart 2020; Wob-verzoek bij de Raad, afhandelen door College B&W is toegestaan

Door een wijziging in de rechtspraak in 2016 is een verzoek om informatie op grond van de Wob (zie onder meer deze blogs I en II), na opgelegde geheimhouding die bekrachtigd is door de gemeenteraad, tevens een verzoek tot opheffing van de geheimhouding. Mede hierdoor komt het in de praktijk steeds vaker voor dat ook de gemeenteraad dus iets moet doen naar aanleiding van een Wob-verzoek. Nu de gemeenteraad veelal eens per maand samenkomt, levert dit praktische uitdagingen op wat betreft het afhandelen van verzoeken binnen de wettelijke termijnen. Hoewel nog niet klip en klaar lijken twee besluiten nog altijd een vereiste in zo’n geval (op het Wob-verzoek en op het verzoek tot opheffing van de geheimhouding, zie deze update). Los van geheimhouding kan de gemeenteraad sowieso – nu zij bestuursorgaan is – ook benaderd worden via de Wob om openbaarmaking van informatie. Gegeven de zojuist genoemde praktische uitdagingen wordt zo’n verzoek veelal afgedaan door het college van B&W.

Een inwoners van Nijmegen meende dat dit in strijd was met het recht (zie dit bericht op Binnenlands Bestuur). Immers, het bestuursorgaan dat over de documenten beschikt moet over de openbaarmaking ervan besluiten. De Minister van BZK meent evenwel dat een dergelijke procedure, mits is voorzien in het verstrekken van de documenten waar het om gaat door de raad aan het college, prima past binnen de mogelijkheden die de Gemeentewet biedt. Uit artikel 156 Gemeentewet volgt immers dat bevoegdheden kunnen worden gedelegeerd. Die grondslag moet wel worden genoemd in het delegatiebesluit.

Spannend voor het college is wel dat het qua besluitvorming uit moet (kunnen) gaan van de juistheid en compleetheid van het onderzoek van de raad naar documenten die onder haar berusten en – daaraan voorafgaand – een juiste interpretatie van het verzoek en de daarin omschreven bestuurlijke aangelegenheid.

Update Rechtbank Oost-Brabant 13 maart 2020; Geen misbruik vanwege het zijn van concurrent. Eurwob laat beoordeling en toepassing Wob onverlet

In veel procedures wordt ook de Wob ter hand genomen om informatie te verkrijgen die bij de overheid berust van of over de concurrent. Dat gegeven voelt voor de onderneming waarover informatie wordt opgevraagd als misbruik van de Wob. Deze uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant maakt duidelijk dat er toch echt meer voor nodig is dan alleen het mogelijke doel van het verzoek, zijnde het verstevigen van de concurrentiepositie.

Berusten stukken bij een Europese instelling dan is de Eurowob het kader. Berusten de stukken bij een Nederlands bestuursorgaan, dan speelt het geschil zich af binnen de Wob.

Update Rechtbank Rotterdam 19 maart 2020; Het AVG-inzageverzoek kan geen ander verzoek worden. Er moet meer zijn, moet de verzoeker bewijzen

Een voor de overheidspraktijk nuttige uitspraak van de Rechtbank Rotterdam die nog eens duidelijk maakt hoe het werkt met een inzageverzoek op grond van de AVG. Een goed deel komt overeen met de rechtspraak omtrent Wob-verzoeken:

– Een verzoek op grond van de AVG (om inzage) kan niet in bezwaar worden uitgebreid (of gewijzigd) (tot bijvoorbeeld een verzoek tot verwijderen of rectificatie).

– De verzoeker die stelt dat er meer moet zijn, moet dit onderbouwen. De mededeling van het bestuursorgaan dat er niet meer is wordt in beginsel als geloofwaardig geacht.

 

Update Rechtbank Rotterdam 19 maart 2020; De ingehuurde advocaat hoort bij de kring van het intern beraad

Vaste rechtspraak krijgt ook navolging in deze uitspraak van de Rechtbank Rotterdam. De ingehuurde advocaat voor de gemeente hoort bij het intern beraad. Ook zijn e-mails met adviezen over een civielrechtelijke procedure niet opeens geen intern beraad meer als deze worden gebruikt voor een bestuursrechtelijke procedures (of omgekeerd).

Rechtbank Noord-Holland 25 februari 2020; Onevenredige benadeling moet concreet zijn

De restcategorie van weigeringsgronden, de onevenredige bevoordeling of benadeling, komt geregeld terug bij besluiten op grond van de Wob. De Rechtbank Noord-Holland laat in deze uitspraak nog maar eens duidelijk zien dat aan het inroepen van deze weigeringsgrond – die voor alle belangen die niet zijn te vatten in de meer specifieke weigeringsgronden van artikel 10 Wob – wel de nodige motiveringseisen worden gesteld. Een algemene stelling dat openbaarmaking tot onevenredige benadeling ‘zou kunnen leiden’ is echt onvoldoende concreet.

Update Rechtbank Amsterdam 19 februari 2020; Geen bestuurlijke aangelegenheid ondanks 100% aandeelhouderschap van de gemeente

Nagenoeg alles wat de overheid ‘doet’ is aan te merken als een bestuurlijke aangelegenheid. In een enkel geval is daar geen sprake van, bijvoorbeeld bij de wetenschappelijke instellingen die ook bestuursorgaan zijn, daar waar het informatie ten behoeve van het wetenschappelijk onderzoek betreft (luister voor meer over dit onderwerp deze podcast en zie bijvoorbeeld deze annotatie).

Een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam maakt duidelijk dat ook geen sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid als informatie wordt opgevraagd over een overeenkomst tussen twee bedrijven ter zake van de uitgifte van tijdelijke erfpacht. De stelling dat wel sprake is van een bestuurlijke aangelegenheid wordt onderbouwd door te wijzen op het feit dat de gemeente 100% aandeelhouder is van één van de twee bedrijven bij de overeenkomst. De rechtbank oordeelt dat dit niet doorslaggevend is in de zin dat de gemeente daarmee verantwoordelijk is alles wat het bedrijf doet en dat daarmee dus sprake zou zijn van een bestuurlijke aangelegenheid. De gemeente is niet verantwoordelijk voor (heeft geen zeggenschap over) de commerciële taak van het bedrijf en daar maakt het onderwerp van het verzoek wel onderdeel van uit. De Wob kan dus geen rol betekenen bij een verzoek om informatie.

Onder de Wet open overheid zou dit bedrijf wellicht worden opgenomen in een AMvB waardoor bepaalde informatie toch via de Woo opvraagbaar zou zijn. Zie voor meer hierover, artikel 2.3 van de Wet open overheid.

Update Rechtbank Amsterdam 20 december 2019; Over het zoeken naar WhatsApp- en sms-berichten

Eerder werd al melding gemaakt van het vervolg op de WhatsApp-uitspraak van de Raad van State van 20 maart 2019. Het vervolg is in behandeling bij de Raad van State, de zitting is geweest, het is nu wachten op een uitspraak (te volgen via de attenderingsmogelijkheid met zaaknummer 201905713/1)

Eind 2019 gaf de Rechtbank Amsterdam in deze uitspraak al een eigen visie op de wijze waarop naar de berichten moet worden gezocht en wanneer die zoektocht – zonder resultaat – dan acceptabel is (beluister hierover ook deze podcast). Na een erkenning van de gemeente Amsterdam dat zij niet conform de “20 maart uitspraak” had gehandeld, is zij op zoek gegaan naar gegevens uit de telefoon. Dat onderzoek bestond uit het doen van navraag bij betrokkene of zij beschikt over de gevraagde sms- en Whatsapp-berichten. Die persoon gaf aan geen digitale berichten over deze bestuurlijke aangelegenheid heeft en ook nooit heeft gehad.

Het onderzoek naar gegevens op een werktelefoon leidt tot niets. Mogelijk door het verlies in tijd (eerst was er nog niet gezocht) is de mededeling op 1 november dat de gemeente niet meer beschikt over gegevens uit de werktelefoon. De telefoon is bij vertrek ingeleverd en toen volgens vaste praktijk na een maand volledig leeggehaald. Berichten van welke inhoud dan ook, die er mogelijk toen nog opstonden, zijn niet bewaard.

Voornoemde onderzoek vindt de rechtbank prima om vervolgens te belanden bij de standaardoverweging over de geloofwaardigheid van de mededeling dat informatie er niet (meer) is. Eiser in kwestie heeft niets kunnen inbrengen om aannemelijk te maken dat digitale documentatie over deze bestuurlijke aangelegenheid toch bij de gemeente berust.
Hoezeer allemaal in lijn met de Wob – zie ook al besproken kort na 20 maart in de blog “Eerste Hulp na de WhatsApp-uitspraak” – kan de vraag gesteld worden of niet meer van het bestuursorgaan mag worden verwacht qua bewaren en archiveren (ook van dit soort berichten), of de enkele mededeling van een betrokkene (er is niets) voldoende is en of de informatie toch niet ergens beschikbaar is. De jurisprudentie hierover staat nog zeker niet stil.