Wet open overheid

BZK over de Wet open overheid (en 68 Grondwet én nu al de Wob)

De initiatiefnemers moeten nog reageren op de door de fracties van de Eerste Kamer gestelde vragen. Dat ontslaat de regering en de minister van BZK niet van haar taak om ook input te leveren. Zij is hierbij immers adviseur. Die input volgde 30 april, de dag na het debat over de ministerraadnotulen met direct ook maar een reflectie op artikel 68 van de Grondwet (link naar de brief). Belangrijker is nog dat het kabinet kennelijk heeft besloten ook onder de Wob nu al ruimhartiger om te gaan met het openbaar maken van persoonlijke beleidsopvattingen.

Belangrijk wetsvoorstel volgens het kabinet

Na alle hectiek rond Ongekend Onrecht, ‘functie elders’ en de ministerraadnotulen wordt de Wet open overheid door het kabinet – zo leert de brief – als een belangrijk wetsvoorstel gezien. Juist gelet op de gebleken noodzaak tot verandering in de bestuurscultuur, verbetering van de informatiehuishouding, meer transparantie en daarmee meer vertrouwen. Die steun voor de Woo van kabinetszijde was bij aanvang in 2012, en ook na aanvaarding in 2016 (de Woo zonder novelle), nog ver te zoeken.

Persoonlijke beleidsopvattingen

Sinds Ongekend Onrecht staan de persoonlijke beleidsopvattingen onverminderd in de spotlights. Bij een bespreking van artikel 5.2 in het Woo-boek wordt al opgemerkt dat door het woord ambtelijk mogelijk een beperking van betrokkenen bij het intern beraad (onbedoeld) wordt voorgesteld. De PvdA-fractie stelt daarover ook vragen (zie deze update op LinkedIn). Die worden door de minister niet beantwoord. Wel erkent de minister dat relevante wijzigingen zijn aangebracht inzake het openbaar maken van persoonlijke beleidsopvattingen (p. 5). Of zij de lezing deelt dat straks externen – ingehuurd door de overheid – niet meer bij het intern beraad zijn betrokken, wordt hiermee niet duidelijk. Wellicht dat ze enkel doelt op de verplichte anonieme openbaarmaking door bestuursorganen (en ambtsdragers) op het niveau van het rijk, de provincie en de gemeente.

Erg bijzonder wordt de brief daar waar de minister in elk geval stelt (p. 4) dat het kabinet toch wel – daar waar Rutte het mondeling wel zei, maar de kabinetsbrief na Ongekend Onrecht toch anders suggereerde – nu al anders om zal gaan ook bij Wob-verzoeken! De scherpere definitie van persoonlijke beleidsopvattingen wordt gehanteerd. Opvattingen in documenten ouder dan 5 jaar worden nog eerder openbaar gemaakt. En bij gevoelige dossiers zal eerder tot anonieme verstrekking over gegaan! De hint van de Raad van State op 24 februari is daarmee dus opgepakt.

Het eveneens in het Woo-boek gesignaleerde ‘vuiltje’ dat de wethouder wordt genoemd in artikel 5.2, derde lid, terwijl die natuurlijk geen bestuursorgaan is (en dus geen Woo-besluiten zal nemen) accepteert de minister wat impliciet.

Formatie-informatie (en ook verkennersinformatie)

Bij de ontwikkelingen rond ‘functie elders’ werd uiteindelijk besloten de gespreksverslagen van de gesprekken tussen fractievoorzitters en de verkenners openbaar te maken. Ik merkte toen al op dat hiermee een breuk met de harde geheimhouding werd geforceerd, regelrecht ingaand tegen artikel 5.4 van de Woo (zie deze tweet). Enige kritiek kwam daarop los door te stellen dat het natuurlijk ging om informatie in de verkenningsfase en dus niet de formatie. De minister past de door mij gesignaleerde analogie een op een toe en merkt de informatie bij de (in)formateur of verkenner aan als informatie waar artikel 5.4 op ziet.

68 Grondwet

Over de informatievoorziening aan de Kamers merkt de minister terecht op dat dit iets anders is dan de Woo (of Wob) (zie ook eerder al in dat kader deze column op Binnenlands bestuur). Wel merkt de minister op dat per 1 juli – zoals ook al aangekondigd in de kabinetsreactie op Ongekend Onrecht – dat de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen geen reden meer zal zijn voor het niet verstrekken van informatie aan de Kamers (geen rol meer bij het inroepen van ‘het belang van de Staat’ als in artikel 68 Grondwet). Zie daarover deze column op Binnenlands bestuur.

Terecht stelt de minister dat de weigeringsgrond van 68 Grondwet beperkter is dan de uitzonderingen van de Woo. Erkend wordt dat Kamerleden meer informatie tegemoet zouden moeten kunnen zien, desnoods vertrouwelijk. De afgelopen week besproken mogelijkheid – dat het niet verstrekken aan de Kamer wegens ‘het belang van de Staat’ de Wob-weg onverlet laat (zie deze update) – wordt niet besproken.

Wel wordt gesteld dat de mogelijkheid van vertrouwelijk verstrekken aan Kamerleden en – indien de Kamer zich daarin niet kan vinden – de mogelijkheid om een bewindspersoon daarop aan te spreken, onder de Woo niet bestaat. In bepaalde gevallen is dat natuurlijk wel aan de orde. Bij de bijzondere verstrekkingen van artikel 5.5, artikel 5.6 en artikel 5.7. Degene die inzage krijgt kan natuurlijk bezwaar maken tegen het besluit en de gestelde voorwaarden.

Hoe ook, de brief vormt een mooie laatste indruk van kabinetszijde. Een visie dit een aanzet kan vormen voor de Tweede Kamer-commissie die zich, na een aangenomen motie van Volt, zal gaan buigen over de opvatting van de Kamer over 68 Grondwet (zie hierover deze LinkedIn-update).

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *